AANHANGSEL B — Rapport van de conferentie over Duitse buitenlandse schulden (deel 1) Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Rapport van de conferentie over Duitse buitenlandse schulden
(Zonder de bijlagen)
Londen, Februari-Augustus 1952
I. Inleiding
1. De internationale conferentie over Duitse buitenlandse schulden werd door de Regeringen van de Franse Republiek, van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en van de Verenigde Staten van Amerika bijeengeroepen met het doel een algemene overeenkomst ter regeling van de Duitse buitenlandse schulden uit te werken. De conferentie biedt de Regeringen van de deelnemende Staten dit rapport aan waarin zij haar werkzaamheden beschrijft en haar aanbevelingen voor een regeling van deze schulden uiteenzet. De conferentie geeft in overweging dit rapport ook ter kennis te brengen van andere belanghebbende Regeringen.
2. Vóór het bijeenroepen van deze conferentie hebben de Regeringen van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika enerzijds en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland anderzijds op 6 Maart 1951 een overeenkomst gesloten, waarin de Bondsrepubliek haar aansprakelijkheid voor de buitenlandse vooroorlogse schulden van het Duitse Rijk bevestigt, haar schulden uit hoofde van de na de oorlog door de drie Regeringen aan Duitsland verleende economische hulp in beginsel erkent en zich bereid verklaard heeft de betalingen op de Duitse buitenlandse schulden te hervatten volgens een door alle belanghebbende partijen uit te werken plan. De tekst van de briefwisseling aangaande deze overeenkomst is vervat in bijlage 1.
3. In Mei 1951 hebben de drie Regeringen de Drie Mogendheden Commissie voor de Duitse schulden ingesteld, die de drie Regeringen bij de onderhandelingen over de regeling van de Duitse buitenlandse schulden zal vertegenwoordigen en de werkzaamheden der conferentie zal organiseren. De drie Regeringen waren in de Drie Mogendheden Commissie vertegenwoordigd door: de Heer François Didier Gregh (Frankrijk), Sir George Rendel (Verenigd Koninkrijk) en Ambassadeur Warren Lee Pierson (Verenigde Staten van Amerika). Hun plaatsvervangers waren de Heer René Sergent (Frankrijk), wiens plaats later werd ingenomen door de Heren A. Rodocanachi en H. Davost, Sir David Waley (Verenigd Koninkrijk) en Gezant J. W. Gunter (Verenigde Staten van Amerika).
4. In Juni en Juli 1951 vonden voorbesprekingen plaats tussen de commissie en de Duitse delegatie voor buitenlandse schulden, die door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland was aangewezen, alsmede vertegenwoordigers van enkele der belangrijkste crediteur staten. Leider van de Duitse delegatie voor buitenlandse schulden was de Heer Hermann J. Abs met als plaatsvervanger Dr W. Kriege.
5. In December 1951 stelde de Drie Mogendheden Commissie de Duitse delegatie in kennis van de bedragen en de betalingsmodaliteiten, die de drie Regeringen als volledige betaling van hun aanspraken uit hoofde van de na de oorlog verleende economische hulp bereid waren te aanvaarden, op voorwaarde dat een bevredigende en billijke regeling voor de Duitse vooroorlogse schulden tot stand zou komen. Gedurende de conferentie verklaarden de Verenigde Staten van Amerika zich bovendien bereid om, onder wijziging van hun aanbod van December 1951 op dit punt, de aanvangsdatum van de amortisatiebetalingen op hun vordering vijf jaar op te schorten. De bedragen en betalingsmodaliteiten zijn neergelegd in bijlage 2 bij dit rapport.
II. Organisatie van de conferentie
6. De eerste plenaire zitting van de conferentie vond op 28 Februari 1952 plaats in het Lancaster House te Londen. De Regeringen van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika waren daarbij vertegenwoordigd door de Drie Mogendheden Commissie; de particuliere crediteuren van deze drie landen waren vertegenwoordigd door afzonderlijke delegaties. Door 22 crediteurlanden werden delegaties afgevaardigd, die samengesteld waren uit regeringsvertegenwoordigers en ten dele ook uit vertegenwoordigers van particuliere crediteuren; drie landen zonden waarnemers; de Bank voor Internationale Betalingen was als zelfstandige crediteur vertegenwoordigd; de delegatie van de Bondsrepubliek Duitsland bestond uit regeringsvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van de particuliere debiteuren.
7. Overeenkomstig de besluiten van de conferentie werden de volgende comité’s ingesteld:
(a) Een besturend comité, bestaande uit de drie leden van de Drie Mogendheden Commissie, 13 vertegenwoordigers van de belangen van crediteuren uit België, Brazilië, Frankrijk, Italië, Nederland, Zweden, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, alsmede 5 vertegenwoordigers van de zijde der debiteuren, zowel voor openbare als particuliere schulden. Dit comité had tot taak de werkzaamheden van de conferentie te organiseren en er zorg voor te dragen dat alle aanbevelingen die aan de plenaire zittingen werden voorgelegd dienstig zouden zijn voor een billijke algemene regeling en een gelijke behandeling van alle crediteuren binnen iedere afzonderlijke groep.
(b) Het crediteuren-comité, waarin alle delegaties van de crediteurlanden vertegenwoordigd waren. Het had tot taak de meningen van de verschillende groepen van crediteuren te coördineren, vertegenwoordigers te benoemen voor de onderhandelingscommissies en het besturend comité in kennis te stellen van de opvatting van de crediteuren over alle aanbevelingen, waartoe in de onderhandelingscommissies was besloten.
(c) Het Secretariaat van het comité onder leiding van een Secretaris-Generaal, de Heer H. A. Cridland, later vervangen door de Heer E. H. Peck.
8. Het besturend comité stelde 4 onderhandelingscommissies in, ter behandeling van de volgende categorieën van schulden:
Commissie A: | schulden van het Rijk en van andere openbare lichamen.
Commissie B: | in effecten belichaamde schulden van het Duitse bedrijfsleven.
Commissie C: | Stillhalteschulden.
Commissie D: | handelsschulden en overige verplichtingen.
Deze commissies waren samengesteld uit vertegenwoordigers van de crediteuren en van de debiteuren alsmede uit waarnemers van de Drie Mogendheden Commissie. Een aantal sub-commissies werden door de onderhandelingscommissies ingesteld ter behandeling van speciale soorten schulden.
9. Voorts stelde het besturend comité een statistische commissie in tot bijstand van de conferentie.
10. De conferentie vond plaats in de tijd van 28 Februari tot 8 Augustus 1952, met een onderbreking van 5 April tot 19 Mei teneinde het de delegaties mogelijk te maken ruggespraak te houden.
III. Richtlijnen voor het opstellen van de aanbevelingen
11. Bij haar werkzaamheden heeft de conferentie zich gebaseerd op de volgende feiten, beginselen en doeleinden:
(a) De Regeringen van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika hebben de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland verzekeringen gegeven ten aanzien van de reductie van de naoorlogse vorderingen uit hoofde van de aan Duitsland verleende economische hulp en met betrekking tot de modaliteiten, die voor de drie Regeringen aannemelijk zijn, op voorwaarde dat een bevredigende en billijke regeling voor de vooroorlogse schulden tot stand komt.
(b) Het plan voor de regeling moest:
(i) rekening houden met de algemene economische toestand van de Bondsrepubliek en met de gevolgen van de territoriale beperkingen van haar jurisdictie; het moest de Duitse economie niet ontwrichten door ongewenste gevolgen voor de binnenlandse financiële situatie, noch aanwezige of toekomstige Duitse deviezenbronnen overmatig aantasten; evenmin moest het de financiële lasten van een der drie Regeringen aanmerkelijk verzwaren;
(ii) methodische algemene regelingen inhouden en een rechtvaardige en billijke behandeling van alle betrokken belangen verzekeren;
(iii) geëigende bepalingen inhouden voor het geval van een hereniging van Duitsland.
(c) Het plan voor de regeling moest het herstel van normale financiële en economische betrekkingen tussen de Bondsrepubliek Duitsland en andere landen bevorderen. Met het oog hierop moest de regeling:
- Regeling
- Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-08-1958
- BWB-id
- BWBV0005325
- Versie
- 1958-08-01_0