wetzoeker

Overeenkomst inzake het personenvervoer door middel van autobusdiensten tussen Nederland en Oostenrijk

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1960
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0005302
Versie
1960-01-01_0
SHA-256 bron
39dd143f6ec32b9585ed57b6a0d2468fe5b649024d7a441e2093e07b15f3ad0b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Overeenkomst inzake het personenvervoer door middel van autobusdiensten tussen Nederland en Oostenrijk › I — Grensoverschrijdend vervoer door middel van autobusdiensten

Artikel 1

a Het vervoer door middel van autobusdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk mag alleen worden verricht op grond van vergunningen, verleend door de eigen Staat en door de andere Staat alsmede, waar nodig, door de Staten waardoorheen het vervoer zal worden verricht.

Bij de verlening van de vergunningen wordt het beginsel van wederkerigheid gevolgd.

b De vergunningen worden eerst dan verleend, wanneer er tussen de Overeenkomstsluitende Partijen overeenstemming heerst over de behoefte aan een autobusdienst en, waar nodig, de toestemming is verkregen van de Staten waardoorheen het vervoer zal worden verricht.

c Aanvragen voor verlening van een dergelijke vergunning moeten worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de eigen Staat. Wanneer deze autoriteiten, na voorafgaand onderzoek, van mening zijn dat de aanvraag kan worden ingewilligd, zenden zij een gelijkluidend afschrift van de aanvraag, voorzien van hun oordeel, aan de bevoegde autoriteiten van de andere Staat. Nadat het bevestigend oordeel van de andere Staat is verkregen, vragen de autoriteiten van de eigen Staat de toestemming van de Staten waardoorheen het vervoer zal worden verricht.

d De vergunningen staan op naam van een bepaalde onderneming (ondernemer) en kunnen niet worden overgedragen. Zij verplichten de vergunninghouder de autobusdienst uit te oefenen overeenkomstig de bepalingen van de vergunning.

Overeenkomst inzake het personenvervoer door middel van autobusdiensten tussen Nederland en Oostenrijk › II — Transito-autobusdiensten

Artikel 2

a Als transito-autobusdiensten worden beschouwd die autobusdiensten welke op het grondgebied van de ene Staat aanvangen, over het grondgebied van de andere Staat gaan zonder opnemen of afzetten van reizigers en op het grondgebied van een derde Staat eindigen.

b Voor transito-autobusdiensten is eveneens een vergunning vereist.

Overeenkomst inzake het personenvervoer door middel van autobusdiensten tussen Nederland en Oostenrijk › III — Algemene bepalingen

Artikel 3

De Overeenkomstsluitende Partijen zullen voortdurend rechtstreeks contact met elkaar onderhouden over alle problemen die uit de uitvoering van deze Overeenkomst voortvloeien.

Overeenkomst inzake het personenvervoer door middel van autobusdiensten tussen Nederland en Oostenrijk › III — Algemene bepalingen

Artikel 4

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, geldt deze Overeenkomst alleen voor het Europese gebied van het Koninkrijk.

Overeenkomst inzake het personenvervoer door middel van autobusdiensten tussen Nederland en Oostenrijk › III — Algemene bepalingen

Artikel 5

a Deze Overeenkomst treedt in werking op het tijdstip waarop de. Overeenkomstsluitende Partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld, dat de Overeenkomst overeenkomstig de bepalingen van hun nationale recht kan worden toegepast.

b De Overeenkomst kan na verloop van een jaar worden opgezegd met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden.