Regels voor het wederzijds indienen van gerubriceerde octrooi-aanvragen in de Verenigde Staten van Amerika en Nederland (deel 1) Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering tot vaststelling van regels voor het wederzijds indienen van gerubriceerde octrooi-aanvragen
1. Algemeen
De hiernavolgende regels dienen ter uitvoering van artikel III van de Overeenkomst tussen de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden ter bevordering van de uitwisseling van octrooirechten en technische gegevens voor defensiedoeleinden, gedagtekend 29 april 1955. Het doel van deze regels is de indiening van octrooi-aanvragen die betrekking hebben op voor de verdediging van belang zijnde gerubriceerde onderwerpen door uitvinders van het ene land in het andere land, te vergemakkelijken en in dat andere land een voldoende beveiliging van de in die aanvragen geopenbaarde uitvindingen te verzekeren. Deze regels berusten op de volgende afspraken ten aanzien van de fundamentele beveiligingsvereisten:
(a) Iedere Regering heeft de bevoegdheid binnen haar rechtsgebied een uitvinding die van belang is voor de verdediging en die naar haar mening betrekking heeft op een gerubriceerd onderwerp an geheimhouding te onderwerpen.
(b) De bevoegdheid van iedere Regering, optredend als Regering van het land van oorsprong, tot het uitvaardigen, wijzigen of intrekken van kennisgevingen tot geheimhouding wordt slechts uitgeoefend op verzoek of met instemming van de bij de nationale defensie betrokken functionarissen van die Regering of met inachtneming van de door de nationale verdedigingsautoriteiten van die Regering gestelde maatstaven.
(c) Kennisgevingen tot geheimhouding hebben betrekking op de onderwerpen der desbetreffende uitvindingen en verbieden alle personen die er kennis van mogen nemen deze zonder hiertoe de bevoegdheid te bezitten, openbaar te maken.
(d) In alle regeringsdepartementen, waaronder begrepen octrooiraden, die voor de verdediging van belang zijnde uitvindingen behandelen, worden voldoende materiële beveiligingsmaatregelen getroffen, en alle personen in die departementen en octrooiraden die dergelijke uitvindingen moeten behandelen, dienen op hun betrouwbaarheid onderzocht te zijn.
(e) Iedere Regering neemt alle mogelijke maatregelen om te voorkomen dat in het buitenland onbevoegd octrooi-aanvragen worden ingediend, die betrekking kunnen hebben op gerubriceerde onderwerpen die voor de verdediging van belang zijn.
(f) De beslissing omtrent het al dan niet geven van toestemming voor het in het buitenland indienen van een octrooi-aanvrage die betrekking heeft op gerubriceerde onderwerpen die voor de verdediging van belang zijn, blijft voorbehouden aan elk der Regeringen.
(g) De ontvangende Regering kent aan de desbetreffende uitvinding een rubricering toe, die overeenkomt met die welke in het land van oorsprong is gegeven, en neemt doeltreffende maatregelen teneinde de bij zodanige rubricering passende beveiliging te verzekeren.
(h) Indien octrooi-aanvragen ten aanzien waarvan een geheimoudingsbevel van kracht is, worden behandeld door particuliere gemachtigden, worden regelingen getroffen voor het onderzoek naar de betrouwbaarheid van die gemachtigden en de leden van hun personeel die bij de behandeling van bedoelde octrooi-aanvragen betrokken kunnen worden, en wel vóór zij dergelijke aanvragen of de daarop betrekking hebbende gegevens behandelen, alsmede voor het treffen van voldoende materiële beveiligingsmaatregelen in hun kantoren.
(i) Indien in het ene land geheimhouding is opgelegd ten aanzien van een uitvinding en de uitvinder toestemming heeft gekregen octrooi aan te vragen in het andere land, dienen alle mededelingen met betrekking tot het gerubriceerde aspect van de uitvinding te geschieden langs diplomatieke weg of op andere veilige wijze.
2. Aanvragen afkomstig uit de Verenigde Staten
De volgende bepalingen zijn van toepassing wanneer een in de Verenigde Staten ingediende octrooi-aanvrage krachtens de bepalingen van Titel 35 van de „United States Code”, Artikel 184, voor defensiedoeleinden aan geheimhouding is onderworpen en de aanvrager een overeenkomstige aanvrage wil indienen in Nederland.
(a) De aanvrager dient de „United States Commissioner of Patents” te verzoeken de kennisgeving tot geheimhouding zodanig te wijzigen, dat indiening in Nederland is toegestaan. Dit verzoek zal worden opgesteld in overeenstemming met lid 5.5 van Deel 5, Titel 3.7, van de „Code of Federal Regulations”, waarvan de bepalingen door deze verwijzing hierin zijn opgenomen.
(b) Voorwaarde voor de verlening van toestemming tot het indienen van een gerubriceerde octrooi-aanvrage in Nederland is dat de aanvrager erin toestemt:
(1) de in de aanvrage vervatte uitvinding en de daarop betrekking hebbende gegevens die nodig mochten zijn voor een juiste waardering van de uitvinding voor defensiedoeleinden aan de Nederlandse Regering voor defensiedoeleinden ter beschikking te stellen met inachtneming van de bepalingen der Overeenkomst van 29 april 1955;
(2) de uit die aanvrage voortvloeiende rechten in fiduciaire eigendom over te dragen aan het Koninkrijk der Nederlanden, daar krachtens de huidige Nederlandse wetgeving een geheim octrooi alleen aan het Koninkrijk der Nederlanden kan worden verleend;
(3) afstand te doen van alle rechten op schadevergoeding die uit de Nederlandse wet zouden kunnen voortvloeien uit hoofde van het enkele feit dat zijn uitvinding in Nederland aan geheimhouding is onderworpen, waarbij evenwel onverlet blijven alle rechten op vergoeding uit hoofde van de bepalingen van de Nederlandse wet, voor gebruik door de Nederlandse Regering van de in de aanvrage geopenbaarde uitvinding of voor onbevoegde openbaarmaking van de uitvinding in Nederland.
(c) Na verkregen toestemming tot indiening van de aanvrage in Nederland, dient de aanvrager de voor de aanvrage in Nederland benodigde bescheiden te zenden aan de verdedigingsautoriteit die de kennisgeving tot geheimhouding heeft uitgevaardigd.
(d) De verdedigingsautoriteit zendt de van de aanvrager ontvangen documenten langs diplomatieke weg als volgt door:
(1) Een afschrift aan de Militaire Attaché van de Nederlandse Ambassade in de Verenigde Staten ten gebruike door de Nederlandse Regering voor defensiedoeleinden; en
(2) Twee exemplaren naar de daarvoor in aanmerking komende afdeling van de Amerikaanse Ambassade in Nederland. In de brief waarbij de documenten aan de Amerikaanse Ambassade in Nederland worden gezonden, dient de beveiligingsrubricering te worden aangegeven die in de Verenigde Staten aan de aanvrage is verleend. Voorts dient daarin te worden verklaard, dat de desbetreffende uitvinding en de daarop betrekking hebbende inlichtingen die nodig waren voor een juiste waardering der uitvinding voor defensiedoeleinden, ter beschikking zijn gesteld van de Nederlandse Regering voor defensiedoeleinden met inachtneming van de bepalingen der Overeenkomst van 29 april 1955. Ten slotte dient daarin te worden verklaard, dat de aanvrager gemachtigd is tot het indienen van een overeenkomstige aanvrage in Nederland krachtens de bepalingen van Titel 35 van de „United States Code”, Artikel 184. De brief dient eveneens instructies te bevatten voor de Ambassade om bij de daarvoor in aanmerking komende ambtenaren van het Nederlandse Ministerie van Defensie te informeren of de door de aanvrager aangewezen Nederlandse gemachtigde op zijn betrouwbaarheid is onderzocht in overeenstemming met de bepalingen van bovenstaand lid 1 (h).
(e) Indien de aangewezen gemachtigde niet op zijn betrouwbaarheid is onderzocht, doet de Nederlandse Minister van Defensie daarvan mededeling aan de desbetreffende afdeling van de Amerikaanse Ambassade, die de mededeling doorgeeft aan de verdedigingsautoriteit van de Verenigde Staten die de kennisgeving tot geheimhouding heeft uitgevaardigd. Het zal dan nodig zijn dat, indien de tijd zulks toelaat, de aangewezen gemachtigde op zijn betrouwbaarheid wordt onderzocht, of dat de aanvrager van het octrooi een andere gemachtigde kiest en diens naam door bemiddeling van de Amerikaanse defensieautoriteit aan de Amerikaanse Ambassade in Nederland mededeelt.
- Regeling
- Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering tot vaststelling van regels voor het wederzijds indienen van gerubriceerde octrooi-aanvragen
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 08-10-1959
- BWB-id
- BWBV0005280
- Versie
- 1959-10-08_0