wetzoeker

Artikel 11 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

ORGANEN

De voorrechten en immuniteiten worden aan de in artikel 10 genoemde personen niet toegekend voor hun eigen voordeel, doch ten einde de onafhankelijke uitoefening van hun functies te verzekeren. Derhalve heeft een Lid niet alleen het recht, maar tevens de plicht de immuniteit van zijn vertegenwoordiger op te heffen, telkens wanneer naar het oordeel van het Lid de immuniteit de loop van het recht in de weg zou staan, en er afstand van kan worden gedaan zonder dat inbreuk wordt gemaakt op het doel waarvoor de immuniteit wordt toegekend.

Regeling
Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
08-08-1978
BWB-id
BWBV0005277
Versie
1978-08-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl