wetzoeker

Artikel 5 Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds

PROGRAMMERING (NATIONAAL)

1 De financiële samenwerking tussen ACS-staat en Gemeenschap dient zo flexibel te zijn, dat activiteiten voortdurend kunnen worden bijgesteld om aan de doelstellingen te beantwoorden en rekening kan worden gehouden met eventuele veranderingen in economische situatie, prioriteiten en doelstellingen van de betrokken ACS-staat. In dit verband hebben de nationale ordonnateur en de Commissie de volgende taken:

a. verrichten van een jaarlijkse operationele evaluatie van het indicatieve programma; en

b. verrichten van een tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie van de NOS en het indicatieve programma in het licht van behoeften en prestaties.

2 In verband met nieuwe behoeften of uitzonderlijke prestaties kan in uitzonderlijke omstandigheden, als bedoeld in artikel 3, lid 4, op verzoek van elk der partijen een ad-hoc-evaluatie worden verricht.

3 De nationale ordonnateur en de Commissie dragen zorg voor het volgende:

a. zij nemen alle noodzakelijke maatregelen om naleving van de bepalingen van het indicatieve programma te waarborgen; dit geldt ook voor het tijdschema voor vastleggings- en uitbetalingskredieten dat bij de programmering is overeengekomen; en

b. zij stellen in geval van vertraging bij de tenuitvoerlegging de oorzaak daarvan vast en stellen maatregelen voor om de problemen op te lossen.

4 De jaarlijkse operationele, tussentijdse en eindevaluaties van het indicatieve programma bestaan uit een gezamenlijke beoordeling van de tenuitvoerlegging van het programma, waarbij de resultaten van relevante monitoring- en evaluatieactiviteiten in aanmerking worden genomen. De evaluaties worden ter plaatse uitgevoerd en door de nationale ordonnateur en de Commissie afgerond in overleg met de belanghebbenden, waaronder niet-overheidsactoren, plaatselijke overheden en waar van toepassing ACS-parlementen. Het belangrijkste onderdeel is beoordeling van:

a. de in de concentratiesector(en) bereikte resultaten, afgemeten aan de overeengekomen doelstellingen en impactindicatoren en de sectorale beleidsverplichtingen;

b. programma’s en projecten buiten de concentratiesector(en);

c. de benutting van voor niet-overheidsactoren uitgetrokken middelen;

d. de effectiviteit van de uitvoering van de lopende maatregelen en de mate waarin het tijdschema voor vastleggings- en betalingskredieten is aangehouden; en

e. uitbreiding van de programmeringsvooruitzichten voor de volgende jaren.

5 De Commissie dient eenmaal per jaar bij het Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering een samenvattend verslag in over de afronding van de jaarlijkse operationele evaluatie. Het Comité bestudeert hun rapport in overeenstemming met zijn taken en bevoegdheden krachtens deze Overeenkomst.

6 In het licht van de jaarlijkse operationele evaluaties kunnen de nationale ordonnateur en de Commissie het landenstrategiedocument bij de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie herzien en aanpassen:

a) indien bij de operationele evaluaties specifieke problemen zijn geconstateerd; en/of

b) in het licht van gewijzigde omstandigheden in een ACS-staat.

Tot wijziging van het landenstrategiedocument kan ook worden besloten naar aanleiding van het in lid 2 bedoelde ad-hoc-evaluatieproces.

De eindevaluatie kan tevens een aanpassing omvatten met het oog op het nieuwe meerjarige financiële kader voor de samenwerking, ten aanzien van zowel de toewijzing van middelen als de voorbereiding op het volgende programma.

7 Na de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie kan de Commissie namens de Gemeenschap de toewijzing van middelen aan een land verhogen of verlagen in het licht van de behoeften en de prestaties van de betrokken ACS-staat.

Na een ad-hoc-evaluatie als bedoeld in lid 2 kan de Commissie eveneens, namens de Gemeenschap, de toewijzing van de middelen verhogen in het licht van nieuwe behoeften of uitzonderlijke prestaties van de betrokken ACS-staat, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 4.

Regeling
Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds
Afkortingen
Cotonou
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-2017
BWB-id
BWBV0005264
Versie
2017-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl