wetzoeker

Nr. II Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering nopens de samenwerking bij produktie, onderhoud, reparatie en revisie van militair materieel

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellentie's nota van 24 maart 1960, welke als volgt luidt:

(Zoals in nr. I)

Ik heb de eer Uwer Excellentie mede te delen, dat de Nederlandse Regering de vorenstaande bepalingen aanvaardt en dat zij Uwer Excellentie's nota en dit antwoord beschouwt als een Overeenkomst te vormen tussen onze beide Regeringen ingevolge artikel 1, lid 1, van het Verdrag tot wederzijdse hulpverlening inzake verdediging, zoals dit is gewijzigd en aangevuld, en, behalve zoals bepaald is in paragraaf 9 van deze nota, de overeenkomst tot stand gekomen bij de op 29 april 1955 te 's-Gravenhage uitgewisselde nota's te vervangen.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, zullen de bepalingen van deze Overeenkomst slechts van toepassing zijn op het Rijk in Europa.

Deze Overeenkomst zal in werking treden op de datum waarop aan de Amerikaanse Ambassade wordt medegedeeld, dat de in Nederland grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen. Ik aanvaard Uw voorstel dat de partijen bij deze Overeenkomst de bepalingen ervan inmiddels zullen toepassen met ingang van de datum van deze antwoordnota.

Gelief, Excellentie, de hernieuwde verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) J. LUNS

's-Gravenhage, 24 maart 1960.

Zijner Excellentie

P. Young,

Ambassadeur der Verenigde Staten,

's-Gravenhage.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering nopens de samenwerking bij produktie, onderhoud, reparatie en revisie van militair materieel
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-01-1962
BWB-id
BWBV0005257
Versie
1962-01-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl