wetzoeker

Artikel II Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Volksrepubliek Zuidslavië betreffende geregelde luchtdiensten

1 Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen zal aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een of meer luchtvervoersondernemingen aanwijzen, die krachtens deze Overeenkomst tot taak zullen hebben de geregelde luchtdiensten te exploiteren.

2 Zodra deze aankondiging zal zijn ontvangen, zal de andere Overeenkomstsluitende Partij, onder voorbehoud van de bepalingen van lid 3 van dit artikel en van artikel III van deze Overeenkomst, zonder ongerechtvaardigd uitstel de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen onderneming of ondernemingen verlenen.

3 Alvorens de bovengenoemde exploitatievergunning aan een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen onderneming te verlenen, zullen de onderscheiden Luchtvaartautoriteiten zich ervan kunnen overtuigen, dat die onderneming voldoet aan de eisen, gesteld door de wetten en bepalingen die normaliter van toepassing zijn op de geregelde luchtdiensten, mits deze niet strijdig zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Volksrepubliek Zuidslavië betreffende geregelde luchtdiensten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-03-1958
BWB-id
BWBV0005253
Versie
1958-03-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl