wetzoeker

Nr. II Briefwisseling tussen de Nederlandse en de Japanse Regering houdende uitbreiding van de Notawisseling tussen de Nederlandse en de Japanse Regering inzake de afschaffing van visa tot Suriname en de Nederlandse Antillen

Tokio, 20 september 1973.

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellenties Nota van heden, die als volgt luidt:

(zoals in Nr. I)

Voorts heb ik de eer namens mijn Regering te bevestigen dat het bovenstaande voorstel voor de Japanse Regering aanvaardbaar is en ermede in te stemmen dat Uwer Excellenties Nota en deze Nota worden beschouwd als vormend een overeenkomst tussen de twee Regeringen, die in werking zal treden op de datum van ontvangst door de Japanse Regering van de schriftelijke kennisgeving door de Nederlandse Regering van de voltooiing van de constitutionele procedures vereist voor de inwerkingtreding van een zodanige overeenkomst in het Koninkrijk der Nederlanden.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik Uwe Excellentie opnieuw de verzekering te geven van mijn zeer bijzondere hoogachting.

(w.g.) MASAYOSHI OHIRA

Minister van Buitenlandse Zaken

Zijner Excellentie

Dr. Theodore Paul Bergsma

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur

van het Koninkrijk der Nederlanden

Tokio

Regeling
Briefwisseling tussen de Nederlandse en de Japanse Regering houdende uitbreiding van de Notawisseling tussen de Nederlandse en de Japanse Regering inzake de afschaffing van visa tot Suriname en de Nederlandse Antillen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-05-1974
BWB-id
BWBV0005248
Versie
1974-05-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl