wetzoeker

No. II Memorandum van Overeenkomst tussen de Regering van de Verenigde Staten en de Regering van Nederland betreffende Offshore Procurement

MINISTERIE

VAN BUITENLANDSE ZAKEN

's-Gravenhage, 7 Mei 1954.

Excellentie,

Ik heb de eer, de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellentie's Nota van 15 April 1954, luidende als volgt:

(zoals in No. I)

Ik heb de eer Uwer Excellentie mede te delen, dat de Nederlandse Regering bereid is, bovenstaande bepalingen te aanvaarden en Uwer Excellentie's Nota en dit antwoord te beschouwen een Overeenkomst te vormen welke in werking zal treden op de datum waarop door de Nederlandse Regering aan de Regering van de Verenigde Staten mededeling wordt gedaan, dat de in Nederland grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen. Niettegenstaande het voorgaande zullen partijen bij deze Overeenkomst haar bepalingen met ingang van heden toepassen. Indien een van Onze Regeringen deze Overeenkomst mocht wensen te wijzigen of te beëindigen, zullen de beide Regeringen overleg plegen teneinde de gevolgen onder ogen te zien welke een dergelijke wijziging of beëindiging zou kunnen hebben voor krachtens deze Overeenkomst afgesloten contracten. Een dergelijk overleg zal plaats vinden onverminderd de verplichtingen en aansprakelijkheden welke op dat ogenblik krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst mochten zijn ontstaan.

Gelief, Excellentie, de hernieuwde verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) J. W. BEYEN.

Bijlage:

Specimen van model-contract.

Zijner Excellentie H. Freeman Matthews,

Ambassadeur van de Verenigde Staten van Amerika,

's-Gravenhage.

Regeling
Memorandum van Overeenkomst tussen de Regering van de Verenigde Staten en de Regering van Nederland betreffende Offshore Procurement
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-07-1954
BWB-id
BWBV0005245
Versie
1954-07-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl