wetzoeker

Artikel XXI Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika

Er zal vrijheid van doorreis en doorvoer bestaan door het grondgebied van de ene Partij langs de daarvoor in het internationale verkeer meest geschikte wegen: (a) voor onderdanen van de andere Partij met hun bagage; (b) voor andere personen met hun bagage op weg naar of van het grondgebied van die andere Partij; en (c) voor goederen van welke oorsprong ook op hun weg naar of van het grondgebied van die andere Partij. Die personen en zaken op doorreis of in doorvoer zullen vrij zijn van in- en uitvoerrechten, van rechten geheven wegens doorvoer en van onredelijke heffingen en vereisten en zullen niet onnodig worden opgehouden of aan onnodige beperkingen onderworpen. Zij zullen evenwel zijn onderworpen aan maatregelen als bedoeld in lid 4 van artikel II en aan niet discriminerende voorschriften, welke nodig zijn om misbruik van het voorrecht van doorreis of doorvoer te voorkomen.

Regeling
Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-12-1957
BWB-id
BWBV0005239
Versie
1957-12-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl