wetzoeker

Artikel 14 Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer van voertuigen voor bedrijfsmatig vervoer langs de weg

Voorwaarden voor de tijdelijke invoer

1 De in artikel 13 neergelegde verplichting tot wederuitvoer geldt niet ten aanzien van voertuigen welke ernstig beschadigd zijn ten gevolge van een ongeval waarvan op afdoende wijze wordt aangetoond dat het heeft plaatsgehad, mits, al naar gelang de douaneautoriteiten zulks vorderen, de voertuigen:

a) of wel worden onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer verschuldigd;

b) de tekst van de vertaling is niet beschikbaar;

c) of wel op kosten van belanghebbenden onder ambtelijk toezicht worden vernietigd, in welk geval het afval en de overgebleven delen zijn onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer verschuldigd.

2 Indien een voertuig dat tijdelijk is ingevoerd, niet weder kan worden uitgevoerd als gevolg van inbeslagneming of beslaglegging, anders dan op vordering van particulieren, wordt de verplichting tot wederuitvoer binnen de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer opgeschort voor de duur van het beslag.

3 Van de gevallen waarin de douaneautoriteiten voertuigen waarvoor de aansprakelijke organisaties documenten van tijdelijke invoer hebben afgegeven, in beslag hebben genomen of hebben doen nemen, dan wel daarop beslag hebben gelegd of doen leggen, geven zij voor zover mogelijk kennis aan die organisaties. Zij doen voorts mededeling aan bedoelde organisaties van de maatregelen welke zij voornemens zijn te treffen.

4 De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

Regeling
Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer van voertuigen voor bedrijfsmatig vervoer langs de weg
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-10-1992
BWB-id
BWBV0005229
Versie
1992-10-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl