wetzoeker

Artikel 10 Europees Vestigingsverdrag

Uitoefening van op winst gerichte activiteit

Iedere Verdragsluitende Partij machtigt onderdanen van de andere Partijen tot het op haar grondgebied uitoefenen van op winst gerichte activiteit op voet van gelijkheid met haar eigen onderdanen, tenzij genoemde Verdragsluitende Partij ernstige economische of sociale redenen heeft om deze machtiging niet te verlenen. Deze bepaling is van toepassing op, doch niet beperkt tot, industriële, commerciële, financiële en agrarische activiteiten, ambachten en de vrije beroepen, ongeacht het feit of de betrokken persoon voor eigen rekening werkt of in dienst is van een werkgever.

Regeling
Europees Vestigingsverdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
21-05-1969
BWB-id
BWBV0005225
Versie
1969-05-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl