wetzoeker

Nr. I Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden betreffende het wegvervoer

KONINKLIJKE AMBASSADE

VAN ZWEDEN

's-Gravenhage, 23 oktober 1957.

Mijnheer de Minister,

Ik heb de eer Uwer Excellentie onder de aandacht te brengen, dat bij de Nederlands-Zweedse onderhandelingen welke aan de ondertekening van de Overeenkomst betreffende het wegvervoer tussen onze beide landen zijn voorafgegaan het volgende is overeengekomen:

„De vrijheid van vervoer welke de Nederlandse Regering of de Zweedse Regering wederzijds aan de in het andere land gevestigde vervoerondernemingen krachtens artikel 5, alinea a), van de Overeenkomst betreffende het wegvervoer verleent heeft betrekking op:

„a. internationaal vervoer van goederen over de weg met als bestemming een willekeurige plaats op haar grondgebied; en

„b. het laden van goederen op haar grondgebied met als bestemming een willekeurige plaats buiten dat grondgebied, wanneer het betreft hetzij een terugrit na aflevering van goederen hetzij een lege binnenkomst.”

Ik heb de eer mijn instemming kenbaar te maken met deze uitleg en ik zal het zeer op prijs stellen, indien Uwe Excellentie mij Uw instemming daarmede zou willen bevestigen. Deze uitleg zal tegelijkertijd met de Overeenkomst worden goedgekeurd.

Ik benut deze gelegenheid, Mijnheer de Minister, om Uwer Excellentie opnieuw de gevoelens van mijn zeer bijzondere hoogachting te betuigen.

(w.g.) SVEN DAHLMAN

Zijner Excellentie

de Heer J.M. A. H. Luns,

Minister van Buitenlandse Zaken

van het Koninkrijk der Nederlanden,

's-Gravenhage.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden betreffende het wegvervoer
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
06-05-1958
BWB-id
BWBV0005221
Versie
1958-05-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl