wetzoeker

Artikel 9 Overeenkomst inzake het beroepsvervoer en het eigen vervoer over de weg tussen Nederland en Oostenrijk

Goederenvervoer

a Het is de ondernemer veroorloofd retourvrachten uit de andere Verdragsstaat mede te nemen.

b Lege binnenkomst op het grondgebied van de Republiek Oostenrijk is slechts dan toegestaan, wanneer de Nederlandse ondernemer bij binnenkomst in het gebied van de Republiek Oostenrijk schriftelijk bewijst, dat de rit is ondernomen om bepaalde en van tevoren overeengekomen transporten uit te voeren. Dit bewijs kan worden geleverd door een verklaring van de importeur of de exporteur of door een verklaring van een van hun onderscheidene expediteurs. In deze verklaring moeten worden vermeld de plaats waar de goederen worden afgehaald, de verzender, de ontvanger, de aard en de hoeveelheid van de goederen.

c Een dergelijk bewijs bevrijdt niet van de verplichting tot het meevoeren van het op dat ogenblik geldige legitimatiebewijs.

Regeling
Overeenkomst inzake het beroepsvervoer en het eigen vervoer over de weg tussen Nederland en Oostenrijk
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1960
BWB-id
BWBV0005220
Versie
1960-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl