wetzoeker

No. II Handelsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek El Salvador

San Salvador, 13 maart 1956.

Mijnheer de Gezant,

Met betrekking tot het heden ondertekende Handelsverdrag tussen de Republiek El Salvador en het Koninkrijk der Nederlanden heb ik het genoegen Uwer Excellentie te verklaren dat, rekening ermede houdend dat Uw Regering een bijzondere regeling in haar betrekkingen met de Republiek Indonesië onderhoudt, welke regeling wordt bepaald door het Interim Accoord opgenomen in de resolutie van de Ronde Tafel Conferentie van 2 november 1949, ondertekend te 's-Gravenhage, mijn Regering zich ermede accoord verklaart, dat de begunstigingsclausule, waarop de artikelen 1, 2, 3, 4 en 5 van genoemd Handelsverdrag betrekking hebben, zich niet zal uitstrekken tot de gunsten, voorrechten, tegemoetkomingen of vrijstellingen, welke de Regering der Nederlanden heeft toegestaan of zal toestaan aan de uit de Republiek Indonesië afkomstige goederen zolang de bedoelde speciale regeling van kracht is.

Ik maak van de gelegenheid gebruik jegens Uwe Excellentie de gevoelens van mijn bijzondere hoogachting te hernieuwen.

(w.g.) CARLOS AZÚCAR CHÁVEZ

Carlos Azúcar Chávez

Minister van Buitenlandse Betrekkingen

Zijner Excellentie

de Heer H. W. R. de Waal,

Buitengewoon Gezant en

Gevolmachtigd Minister,

Alhier.

Regeling
Handelsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek El Salvador
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-06-1956
BWB-id
BWBV0005204
Versie
1956-06-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl