wetzoeker

Artikel 1 Verdrag ter vereenvoudiging grensformaliteiten goederenvervoer per spoorweg

Instelling en régime van grensstations waar de nationale contrôles door twee aangrenzende landen worden uitgevoerd

1 Voor elke spoorlijn, waarlangs een aanzienlijke hoeveelheid goederen wordt vervoerd en welke de grens tussen twee aangrenzende landen kruist, onderzoeken de bevoegde autoriteiten van die landen gezamenlijk de mogelijkheid om in onderling overleg een in de nabijheid van genoemde grens gelegen station aan te wijzen, waar voor het gehele binnenkomende en uitgaande goederenverkeer of voor een gedeelte daarvan, de in de wetgeving van beide landen voorziene contrôles op doeltreffende wijze zouden kunnen plaats vinden.

2 Indien twee aangrenzende landen verscheidene stations van deze aard langs hun gemeenschappelijke grens aanwijzen, zullen deze stations zoveel mogelijk in gelijk aantal aan elke zijde van genoemde grens zijn gelegen.

3 Daar waar het niet mogelijk geacht wordt zodanige stations voor de contrôles van het verkeer in beide richtingen aan te wijzen, onderzoeken de Verdragsluitende Partijen gezamenlijk de mogelijkheid om de uitvoering van de contrôles op doeltreffende wijze samen te voegen in elk van de twee tegenover elkaar liggende grensstations, in het ene station voor het verkeer gaande in één richting en in het andere station voor het verkeer gaande in de tegenovergestelde richting, met dien verstande, dat deze aanwijzing zo nodig beperkt wordt tot goederen, welke met bepaalde internationale snel rijdende treinen worden vervoerd.

Regeling
Verdrag ter vereenvoudiging grensformaliteiten goederenvervoer per spoorweg
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-1953
BWB-id
BWBV0005198
Versie
1953-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl