wetzoeker

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-10-1971
Rechtsgebied
Internationaal publiekrecht, Mensenrechten
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0005193
Versie
1971-10-28_0
SHA-256 bron
cd04bc3366778e6a6b855c42f1794ae5baf0d4cba31c11bcd0044a9ecd94b621

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (22)
  1. Article I
  2. Article II
  3. Article III
  4. Article IV
  5. Article V
  6. Article VI
  7. Article VII
  8. Article VIII
  9. Article IX
  10. Article X
  11. Article XI
  12. Artikel I
  13. Artikel II
  14. Artikel III
  15. Artikel IV
  16. Artikel V
  17. Artikel VI
  18. Artikel VII
  19. Artikel VIII
  20. Artikel IX
  21. Artikel X
  22. Artikel XI

Convention on the political rights of women

Article I

Women shall be entitled to vote in all elections on equal terms with men, without any discrimination.

Convention on the political rights of women

Article II

Women shall be eligible for election to all publicly elected bodies, established by national law, on equal terms with men, without any discrimination.

Convention on the political rights of women

Article III

Women shall be entitled to hold public office and to exercise all public functions, established by national law, on equal terms with men, without any discrimination.

Convention on the political rights of women

Article IV

1 This Convention shall be open for signature on behalf of any Member of the United Nations and also on behalf of any other State to which an invitation has been addressed by the General Assembly.

2 This Convention shall be ratified and the instruments of ratification shall be deposited with the Secretary-General of the United Nations.

Convention on the political rights of women

Article V

1 This Convention shall be open for accession to all States referred to in paragraph 1 of article IV.

2 Accession shall be effected by the deposit of an instrument of accession with the Secretary-General of the United Nations.

Convention on the political rights of women

Article VI

1 This Convention shall come into force on the ninetieth day following the date of deposit of the sixth instrument of ratification or accession.

2 For each State ratifying or acceding to the Convention after the deposit of the sixth instrument of ratification or accession the Convention shall enter into force on the ninetieth day after deposit by such State of its instrument of ratification or accession.

Convention on the political rights of women

Article VII

In the event that any State submits a reservation to any of the articles of this Convention at the time of signature, ratification or accession, the Secretary-General shall communicate the text of the reservation to all States which are or may become parties to this Convention. Any State which objects to the reservation may, within a period of ninety days from the date of the said communication (or upon the date of its becoming a party to the Convention), notify the Secretary-General that it does not accept it. In such case, the Convention shall not enter into force as between such State and the State making the reservation.

Convention on the political rights of women

Article VIII

1 Any State may denounce this Convention by written notification to the Secretary-General of the United Nations. Denunciation shall take effect one year after the date of receipt of the notification by the Secretary-General.

2 This Convention shall cease to be in force as from the date when the denunciation which reduces the number of parties to less than six becomes effective.

Convention on the political rights of women

Article IX

Any dispute which may arise between any two or more Contracting States concerning the interpretation or application of this Convention which is not settled by negotiation, shall at the request of any one of the parties to the dispute be referred to the International Court of Justice for decision, unless they agree to another mode of settlement.

Convention on the political rights of women

Article X

The Secretary-General of the United Nations shall notify all Members of the United Nations and the non-member States contemplated in paragraph 1 of article IV of this Convention of the following:

(a) Signatures and instruments of ratifications received in accordance with article IV;

(b) Instruments of accession received in accordance with article V;

(c) The date upon which this Convention enters into force in accordance with article VI;

(d) Communications and notifications received in accordance with article VII;

(e) Notifications of denunciation received in accordance with paragraph 1 of article VIII;

(f) Abrogation in accordance with paragraph 2 of article VIII.

Convention on the political rights of women

Article XI

1 This Convention, of which the Chinese, English, French, Russian and Spanish texts shall be equally authentic, shall be deposited in the archives of the United Nations.

2 The Secretary-General of the United Nations shall transmit a certified copy to all Members of the United Nations and to the non-member States contemplated in paragraph 1 of article IV.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel I

Vrouwen zijn gerechtigd bij alle verkiezingen hun stem op gelijke voet met mannen uit te brengen, en wel zonder enig onderscheid.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel II

Vrouwen moeten op gelijke voet met mannen kunnen worden gekozen in alle door middel van openbare verkiezingen gekozen lichamen die ingevolge de nationale wetgeving zijn ingesteld, en wel zonder enig onderscheid.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel III

Vrouwen zijn gerechtigd op gelijke voet met mannen een overheidsambt te bekleden en alle ingevolge de nationale wetgeving ingestelde overheidsbetrekkingen te vervullen, en wel zonder enig onderscheid.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel IV

1 Dit Verdrag staat voor ondertekening open voor ieder lid van de Verenigde Naties, alsmede voor iedere andere Staat waaraan de Algemene Vergadering een uitnodiging heeft gericht.

2 Dit Verdrag moet worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel V

1 Dit Verdrag staat voor toetreding open voor alle Staten genoemd in artikel IV, eerste lid.

2 Toetreding geschiedt door nederlegging van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel VI

1 Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag volgende op de datum van nederlegging van de zesde akte van bekrachtiging of toetreding.

2 Voor iedere Staat die dit Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de zesde akte van bekrachtiging of toetreding, treedt het in werking op de negentigste dag na de nederlegging door zulk een Staat van zijn akte van bekrachtiging of toetreding.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel VII

Mocht een Staat ten tijde van de ondertekening, bekrachtiging of toetreding enig voorbehoud ten aanzien van een van de artikelen van dit Verdrag maken, dan brengt de Secretaris-Generaal de tekst van dit voorbehoud ter kennis van alle Staten die partij bij dit Verdrag zijn of kunnen worden. Iedere Staat die tegen het voorbehoud bezwaren maakt kan, binnen een termijn van negentig dagen vanaf de datum waarop genoemde kennisgeving is gedaan (of op de datum waarop hij partij is geworden bij het Verdrag), de Secretaris-Generaal mededeling doen dat hij dit niet aanvaardt. In dat geval treedt het Verdrag niet in werking tussen die Staat en de Staat die het voorbehoud maakt.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel VIII

1 Iedere Staat kan dit Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Deze opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van de mededeling door de Secretaris-Generaal.

2 Dit Verdrag treedt buiten werking op de datum waarop een opzegging die het aantal partijen tot minder dan zes terugbrengt van kracht wordt.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel IX

Ieder geschil dat ontstaat tussen twee of meer Verdragsluitende Staten betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag en dat niet door onderhandeling wordt geregeld, wordt op verzoek van een der bij het geschil betrokken partijen ter beslissing voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof, tenzij de partijen over een andere wijze van beslechting overeenstemming bereiken.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel X

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt alle leden van de Verenigde Naties en de niet-lid-Staten bedoeld in artikel IV, eerste lid, van dit Verdrag in kennis van:

(a) ondertekeningen en akten van bekrachtiging ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel IV;

(b) akten van toetreding ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel V;

(c) de datum waarop dit Verdrag in werking treedt overeenkomstig het bepaalde in artikel VI;

(d) mededelingen en kennisgevingen ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel VII;

(e) kennisgevingen van opzegging ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel VIII, eerste lid;

(f) buitenwerkingtreding overeenkomstig het bepaalde in artikel VIII, lid 2.

Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw

Artikel XI

1 Dit Verdrag, waarvan de teksten in de Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse taal gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd in het archief van de Verenigde Naties.

2 De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet een gewaarmerkt afschrift toekomen aan alle leden van de Verenigde Naties en aan alle niet-lid-Staten bedoeld in artikel IV, eerste lid.