wetzoeker

Artikel 7.20 Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

1 De partijen herbevestigen hun respectieve verplichtingen ingevolge de door hen in het kader van de GATS aangegane verbintenissen ten aanzien van de toegang en het tijdelijke verblijf van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep.

2 Uiterlijk twee jaar na het voltooien van de onderhandelingen overeenkomstig artikel XIX van de GATS en de Ministerial Declaration van de WTO Ministeriële Conferentie als vastgesteld op 14 november 2001, neemt het Handelscomité een besluit over een lijst met verbintenissen met betrekking tot de toegang van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep uit een partij tot het grondgebied van de andere partij. Deze verbintenissen strekken tot wederzijds voordeel en zijn relevant voor de handel, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van die onderhandelingen in het kader van de GATS.

Regeling
Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2016
BWB-id
BWBV0005188
Versie
2016-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl