wetzoeker

Artikel 21 Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op het gebied van de Kernenergie

(a) Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

(b) Dit Verdrag treedt in werking bij de nederlegging van de akten van bekrachtiging door ten minste tien der ondertekenende Regeringen. Voor iedere ondertekenende Regering die het Verdrag op een later tijdstip bekrachtigt, treedt het in werking op het ogenblik van nederlegging van haar akte van bekrachtiging.

(c) De tenuitvoerlegging van dit Verdrag in het gebied van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) is echter afhankelijk van het sluiten van de in artikel 16(a) bedoelde overeenkomst, met uitzondering - onverminderd de regelingen welke in die Overeenkomst zullen worden omschreven - van wat betreft haar toepassing op installaties binnen gemeenschappelijke ondernemingen.

Regeling
Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op het gebied van de Kernenergie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-07-1959
BWB-id
BWBV0005163
Versie
1959-07-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl