wetzoeker

Artikel 12 Verdrag tot eenmaking van enige regelen betreffende de strafrechtelijke bevoegdheid in zaken van aanvaring en andere scheepvaartongevallen

a) Elke Hoge Verdragsluitende Partij kan bij de bekrachtiging van of de toetreding tot dit Verdrag of op elk later tijdstip de Belgische Regering er schriftelijk van in kennis stellen dat dit Verdrag toepasselijk is op alle gebieden of op bepaalde gebieden voor welker internationale betrekkingen zij verantwoordelijk is. Het Verdrag wordt op die gebieden van toepassing zes maanden na de datum van ontvangst van die mededeling door het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België, doch niet vóór de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag ten opzichte van die Hoge Verdragsluitende Partij.

b) Iedere Hoge Verdragsluitende Partij die een verklaring heeft afgelegd als bedoeld onder a) van dit artikel kan op elk tijdstip het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België ervan in kennis stellen dat het Verdrag niet langer op het desbetreffende gebied van toepassing is. Deze opzegging wordt van kracht na verloop van een jaar na de ontvangst van de mededeling door het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België.

c) Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België stelt langs de diplomatieke weg alle ondertekenende en toetredende Staten in kennis van elke mededeling die het heeft ontvangen ingevolge dit artikel.

Regeling
Verdrag tot eenmaking van enige regelen betreffende de strafrechtelijke bevoegdheid in zaken van aanvaring en andere scheepvaartongevallen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-12-1971
BWB-id
BWBV0005145
Versie
1971-12-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl