wetzoeker

Artikel 10 Overeenkomst inzake de toelating van stagiaires in Nederland en in Noorwegen

De bevoegde instantie van het land van de candidaat onderzoekt of er aanleiding is, de aanvraag aan de overeenkomstige instantie van het andere land te doen toekomen, met inachtneming van het jaarlijks contingent waarop zij recht heeft. Het Noorse Arbeidsbureau verzamelt de aanvragen om toelating van de Noorse candidaten. Het Rijksarbeidsbureau te 's-Gravenhage doet hetzelfde voor de Nederlandse candidaten. De beide instanties doen elkander rechtstreeks de ontvangen aanvragen toekomen.

Regeling
Overeenkomst inzake de toelating van stagiaires in Nederland en in Noorwegen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-06-1951
BWB-id
BWBV0005139
Versie
1951-06-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl