Verdrag inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en het Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-05-2006
- Rechtsgebied
- Arbitrage, Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht, Internationaal strafrecht, Strafrecht
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- BWB-id
- BWBV0005115
- Versie
- 2006-05-01_0
- SHA-256 bron
- 6c6333ae3bb9bfdad7f5909d9f862ecbe5b8f11c0bdfcadd17b029a62002d2e9
Inhoud (10)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Gezamenlijke verklaring van de hoge verdragsluitende partijen over de voor de ratificatie van het Toetredingsverdrag gestelde termijn
- Verklaring van de lidstaten inzake het tijdstip waarop een voorstel voor een verordening inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, moet worden ingediend
- Gemeenschappelijke verklaring van de lidstaten over de uitwisseling van informatie
Verdrag inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en het Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen › TITEL I — ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
De Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek treden toe tot:
a. het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, hierna „Verdrag van 1980” te noemen, met de aanpassingen en wijzigingen die daarin zijn aangebracht:
– bij het op 10 april 1984 te Luxemburg ondertekende Verdrag, hierna „Verdrag van 1984” te noemen, betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst;
– bij het op 18 mei 1992 te Funchal ondertekende Verdrag, hierna „Verdrag van 1992” te noemen, betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst;
– bij het op 29 november 1996 te Brussel ondertekende Verdrag, hierna „Verdrag van 1996” te noemen, betreffende de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst;
b. het op 19 december 1988 ondertekende Eerste Protocol, hierna „Eerste Protocol van 1988” te noemen, betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, met alle aanpassingen en wijzigingen die daarin zijn aangebracht bij het Verdrag van 1992 en het Verdrag van 1996;
c. het op 19 december 1988 ondertekende Tweede Protocol, hierna „Tweede Protocol van 1988” te noemen, waarbij aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bepaalde bevoegdheden worden toegekend inzake de uitlegging van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.
Verdrag inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en het Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen › TITEL II — AANPASSINGEN IN HET EERSTE PROTOCOL VAN 1988
Artikel 2
Wijzigt het Eerste Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, voor ondertekening opengesteld op 19 juni 1980; Brussel, 19 december 1988.
Verdrag inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en het Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen › TITEL III — SLOTBEPALINGEN
Artikel 3
1 De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie zendt aan de regeringen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Slowaakse Republiek en de Republiek Slovenië, een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Spaanse, de Deense, de Duitse, de Griekse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Finse en de Zweedse taal van het Verdrag van 1980, het Verdrag van 1984, het Eerste Protocol van 1988, het Tweede Protocol van 1988, het Verdrag van 1992 en het Verdrag van 1996.
2 De tekst van het Verdrag van 1980, het Verdrag van 1984, het Eerste Protocol van 1988, het Tweede Protocol van 1988, het Verdrag van 1992 en het Verdrag van 1996 in de Tsjechische, de Estse, de Hongaarse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Slowaakse en de Sloveense taal is op gelijke wijze authentiek als de overige teksten van het Verdrag van 1980, het Verdrag van 1984, het Eerste Protocol van 1988, het Tweede Protocol van 1988, het Verdrag van 1992 en het Verdrag van 1996.
Verdrag inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en het Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen › TITEL III — SLOTBEPALINGEN
Artikel 4
Dit Verdrag wordt door de ondertekenende staten bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie.
Verdrag inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en het Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen › TITEL III — SLOTBEPALINGEN
Artikel 5
1 Dit Verdrag treedt, tussen de staten die het bekrachtigd hebben, in werking op de eerste dag van de derde maand volgend op de nederlegging van de tweede akte van bekrachtiging.
2 Vervolgens treedt dit Verdrag voor iedere ondertekenende staat die het daarna bekrachtigt, in werking op de eerste dag van de derde maand volgend op de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging.
Verdrag inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en het Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen › TITEL III — SLOTBEPALINGEN
Artikel 6
De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie stelt de ondertekenende staten in kennis van:
a. de nederlegging van elke akte van bekrachtiging;
b. de data van inwerkingtreding van dit Verdrag voor de Verdragsluitende Staten.
Verdrag inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en het Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen › TITEL III — SLOTBEPALINGEN
Artikel 7
Dit Verdrag, opgesteld in één exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, welke eenentwintig teksten gelijkelijk authentiek zijn, zal worden nedergelegd in het archief van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie. De secretaris-generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de regering van elke ondertekenende staat.
Gezamenlijke verklaring van de hoge verdragsluitende partijen over de voor de ratificatie van het Toetredingsverdrag gestelde termijn
Gezamenlijke verklaring van de hoge verdragsluitende partijen over de voor de ratificatie van het Toetredingsverdrag gestelde termijn
De hoge verdragsluitende partijen, in het kader van de Raad bijeen bij de ondertekening van het Verdrag inzake de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot het Verdrag van Rome van 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, verklaren dat zij de nodige maatregelen zullen nemen om dit Verdrag binnen een redelijke termijn te bekrachtigen, indien mogelijk vóór december 2005.
Verklaring van de lidstaten inzake het tijdstip waarop een voorstel voor een verordening inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, moet worden ingediend
Verklaring van de lidstaten inzake het tijdstip waarop een voorstel voor een verordening inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, moet worden ingediend
De lidstaten verzoeken de Commissie om zo spoedig mogelijk en uiterlijk eind 2005 een voorstel in te dienen voor een verordening inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.
Gemeenschappelijke verklaring van de lidstaten over de uitwisseling van informatie
Gemeenschappelijke verklaring van de lidstaten over de uitwisseling van informatie
De regeringen van het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
bij de ondertekening van het Verdrag van 2005 inzake de toetreding tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste Protocol en het Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, zoals later gewijzigd,
geleid door de wens om te zorgen voor een zo doeltreffend en uniform mogelijke toepassing van de bepalingen van het hierboven bedoelde Eerste Protocol,
verklaren zich bereid om, tezamen met het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, te komen tot een uitwisseling van informatie over de in kracht van gewijsde gegane onherroepelijke beslissingen van de in artikel 2 van bovenstaand protocol genoemde rechterlijke instanties overeenkomstig het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst. Deze uitwisseling van informatie houdt het volgende in:
– de nationale bevoegde autoriteiten sturen de beslissingen van de in artikel 2, onder a), van het Eerste Protocol genoemde rechterlijke instanties en de belanghebbende beslissingen van de in artikel 2, onder b), van hetzelfde protocol genoemde rechterlijke instanties toe aan het Hof van Justitie;
– het Hof van Justitie klasseert de beslissingen, bewaart ze ter informatie, en zorgt, indien nodig voor samenvattingen en vertalingen en voor de bekendmaking van beslissingen die van bijzonder belang zijn;
– het Hof van Justitie doet de documentatie toekomen aan de bevoegde nationale autoriteiten van de staten die partij zijn bij het protocol, evenals aan de Commissie en de Raad van de Europese Gemeenschappen.