wetzoeker

Artikel 38 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen

Algemene bepalingen

1 Geschillen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de indeling der geschillen en de draagwijdte der voorbehouden, worden aan het Internationale Gerechtshof voorgelegd. Een geschilpunt betreffende de verplichting van een Verdragsluitende Partij, een bepaald geschil al dan niet aan scheidsrechterlijke regeling te onderwerpen, kan slechts aan het Hof worden voorgelegd binnen een termijn van drie maanden nadat de ene partij aan de andere haar voornemen van scheidsrechterlijke regeling gebruik te maken, heeft kenbaar gemaakt. Na deze termijn van drie maanden behoort zulk een geschilpunt tot de bevoegdheid van het Scheidsgerecht. De uitspraak van het Hof is bindend voor de instantie welke het geschil behandelt.

2 Gebruikmaking van de diensten van het Internationale Gerechtshof overeenkomstig bovenstaande bepalingen heeft opschorting der desbetreffende verzoeningsprocedure of scheidsrechterlijke procedure tot gevolg, totdat de beslissing van het Hof bekend is.

Regeling
Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-07-1958
BWB-id
BWBV0005102
Versie
1958-07-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl