wetzoeker

Artikel 13 Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand

VERBLIJF

(a) De voortduring van het verblijf kan worden bewezen door overlegging van elk in het land van verblijf aanvaardbaar bewijsstuk, zoals een bewijs van beroepswerkzaamheden of overlegging van huurkwitanties.

(b)

(i) Het verblijf wordt als voortdurend beschouwd ondanks tijdvakken van afwezigheid van minder dan drie maanden, mits de afwezigheid niet wordt veroorzaakt door repatriëring of verwijdering.

(ii) Tijdvakken van afwezigheid van zes maanden of langer worden beschouwd de voortduring van het verblijf te onderbreken.

(iii) Teneinde te bepalen of een tijdvak van afwezigheid van meer dan drie en minder dan zes maanden de voortduring van het verblijf onderbreekt, wordt rekening gehouden met het voornemen van de betrokken persoon om naar het land van verblijf terug te keren en met de mate, waarin hij de banden met dat land heeft aangehouden gedurende het tijdvak zijner afwezigheid.

(iv) Het dienst doen op schepen, geregistreerd in het land van verblijf, wordt niet geacht de voortduring van het verblijf te onderbreken. Het dienst doen op andere schepen wordt behandeld in overeenstemming met de bepalingen van de alinea's (i) tot en met (iii) hierboven.

Regeling
Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand
Afkortingen
EVSMB
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-02-2016
BWB-id
BWBV0005096
Versie
2016-02-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl