wetzoeker

II Notawisseling tussen de Nederlandse en de Australische Regering betreffende resterende intercustodiale geschillen

MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

CANBERRA

10 februari 1956

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellentie's nota van 14 oktober 1955, welke als volgt luidt:

(Zoals in No. I)

De Regering van het Australische Gemenebest verenigt zich met de door de Nederlandse Regering voorgestelde regeling voor het vrijgeven van de betreffende effecten en stemt ermede in, dat deze nota en Uwer Excellentie's nota van 14 oktober zullen worden geacht een overeenkomst tussen onze beide Regeringen inzake de definitieve regeling van Nederlands-Australische intercustodiale geschillen te vormen en te doen blijken.

De Regering van het Australische Gemenebest verenigt zich eveneens met het voorstel van de Nederlandse Regering, dat de overeenkomst in werking treedt op de datum waarop de Australische Regering een nota ontvangt, waarin vanwege de Nederlandse Regering wordt verklaard, dat de in Nederland vereiste grondwettelijke goedkeuring is verkregen.

Ik heb de eer te zijn,

Met bijzondere hoogachting,

Uwer Excellentie's dienstwillige dienaar,

(w.g.) R. G. CASEY

Zijner Excellentie Mr. A. M. L. Winkelman,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur

van het Koninkrijk der Nederlanden,

Koninklijke Nederlandse Ambassade,

120 Empire Circuit,

Canberra A.C.T.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Australische Regering betreffende resterende intercustodiale geschillen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1958
BWB-id
BWBV0005089
Versie
1958-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl