wetzoeker

No. II Notawisseling tussen de Nederlandse en de Luxemburgse Regering houdende een overeenkomst betreffende het reizigersverkeer van Nederlandse en Luxemburgse onderdanen die in België woonachtig zijn

AMBASSADE VAN LUXEMBURG

IN NEDERLAND

No. 367

's-Gravenhage, 22 februari 1956.

Mijnheer de Minister,

Uwe Excellentie was zo welwillend bij Haar brief van 6 februari 1956, no. 44606, te mijner kennis te brengen dat de Nederlandse Regering, gedreven door het verlangen tot vereenvoudiging van formaliteiten en tot bevordering van het reizigersverkeer, bereid is op voet van wederkerigheid met de Luxemburgse Regering een overeenkomst te sluiten op de volgende grondslagen:

(Zoals in no. I)

In antwoord heb ik de eer ter kennis van Uwe Excellentie te brengen, dat mijn Regering de bovenstaande bepalingen aanvaardt, evenals Uwer Excellentie's voorstel dat Haar voornoemde brief tezamen met mijn in gelijke bewoordingen vervat antwoord zullen worden beschouwd de overeenstemming van onze beide Regeringen uit te drukken.

Ik grijp gaarne deze gelegenheid aan, Mijnheer de Minister, om Uwe Excellentie de hernieuwde verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te geven.

(w.g.) J. KREMER

Zijner Excellentie

de Minister van

Buitenlandse Zaken

te 's-Gravenhage.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Luxemburgse Regering houdende een overeenkomst betreffende het reizigersverkeer van Nederlandse en Luxemburgse onderdanen die in België woonachtig zijn
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-1956
BWB-id
BWBV0005087
Versie
1956-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl