wetzoeker

No. 1 Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering houdende een overeenkomst betreffende registratie- en zegelrechten

Londen, 30 April 1951.

Excellentie,

Ik heb de eer Uwer Excellentie mede te delen, dat Harer Majesteits Regering bereid is een accoord aan te gaan inzake het afstand doen van zegelrechten:

in gevallen waarin in het Verenigd Koninkrijk door de Nederlandse Regering eigendommen worden verworven of gehuurd voor diplomatieke of consulaire doeleinden, waaronder tevens begrepen eigendommen te gebruiken als Ambassade- of Consulaatsgebouwen of als de woning te Londen van het Hoofd ener Missie of van ander diplomatiek personeel of van een consul, voor zover het de zegelrechten betreft in het Verenigd Koninkrijk, en

in gevallen waarin in Nederland door Zijner Majesteits Regering in het Verenigd Koninkrijk overeenkomstige eigendommen worden verworven of gehuurd, voor zover het de Nederlandse registratie- of zegelrechten betreft.

Ik heb de eer voor te stellen dat, indien de suggestie voor een dergelijk accoord aanvaardbaar is voor Zijner Majesteits Regering in het Verenigd Koninkrijk, deze nota en Uwer Excellentie's antwoord daarop de ter zake dienende overeenkomst zal vormen tussen onze beide Regeringen.

Ik heb de eer te verblijven, met zeer bijzondere hoogachting,

Uwer Excellentie's dienstwillige dienaar,

(w.g.) E. F. M. J. MICHIELS VAN VERDUYNEN.

The Right Honourable

Herbert Morrison, M. P.

enz., enz., enz.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering houdende een overeenkomst betreffende registratie- en zegelrechten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-04-1951
BWB-id
BWBV0005083
Versie
1951-04-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl