Bijlage II — Overgangsmaatregelen Overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, betreffende een gemeenschappelijke luchtvaartruimte
Overgangsmaatregelen
1. De tenuitvoerlegging en toepassing door Georgië van alle bepalingen van de in bijlage III bij deze Overeenkomst vermelde luchtvervoerswetgeving van de Europese Unie, met uitzondering van de in bijlage III, deel D, van deze Overeenkomst vermelde wetgeving inzake beveiliging, wordt geëvalueerd onder de verantwoordelijkheid van de Europese Unie; deze evaluatie wordt gevalideerd door een beslissing van het Gemengd Comité. Deze evaluatie wordt uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst uitgevoerd.
2. Onverminderd de bepalingen van bijlage I bij deze Overeenkomst omvatten de in deze Overeenkomst overeengekomen diensten en gespecificeerde routes, tot het ogenblik waarop de in bijlage II, punt 1, van deze Overeenkomst vermelde beslissing wordt vastgesteld, niet het recht om rechten van de vijfde vrijheid uit te oefenen, ook niet voor luchtvaartmaatschappijen uit Georgië tussen punten op het grondgebied van de Europese Unie.
Alle verkeersrechten die al uit hoofde van een van de bilaterale overeenkomsten tussen Georgië en de lidstaten van de Europese Unie zijn verleend, mogen verder worden uitgeoefend zolang geen onderscheid wordt gemaakt tussen luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie op basis van nationaliteit.
3. De tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake luchtvaartbeveiliging door Georgië wordt geëvalueerd onder de verantwoordelijkheid van de Europese Unie; deze evaluatie wordt gevalideerd door een beslissing van het Gemengd Comité. Deze evaluatie wordt uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst uitgevoerd. Ondertussen past Georgië EDAC Doc 30 toe.
4. Aan het einde van de overgangsperiode wordt het vertrouwelijke deel van de beveiligingswetgeving, zoals vermeld in bijlage III, deel D, bij deze Overeenkomst, ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteit van Georgië, voor zover een overeenkomst wordt gesloten over de uitwisseling van gevoelige beveiligingsinformatie, inclusief EU-gerubriceerde informatie.
5. De geleidelijke toepassing van de volledige, in bijlage III bij deze Overeenkomst vermelde wetgeving van de Europese Unie inzake luchtvervoer kan regelmatig worden beoordeeld. Deze beoordelingen worden uitgevoerd door de Europese Commissie, in samenwerking met Georgië.
6. Vanaf de in punt 1 van deze bijlage vermelde datum van de beslissing, past Georgië regels voor het de afgifte van exploitatievergunningen toe die in wezen gelijkwaardig zijn aan die van hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap. De bepalingen van artikel 4 van deze Overeenkomst, welke betrekking hebben op de wederzijdse erkenning van de deugdelijkheids- en/of nationaliteitvaststellingen door de bevoegde autoriteiten van Georgië, worden door de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie toegepast nadat het Gemengd Comité heeft bevestigd dat Georgië dergelijke regels met betrekking tot de afgifte van exploitatievergunningen volledig toepast.
7. Onverminderd een beslissing van het Gemengd Comité of een beslissing in het kader van artikel 24 (Vrijwaringsmaatregelen), kan de luchtwaardigheid van luchtvaartuigen die op de datum van ondertekening in het Georgische register zijn opgenomen en worden gebruikt door exploitanten die onder de regelgevende controle van Georgië staan, maar waarvoor het EASA geen typecertificaat heeft afgegeven overeenkomstig de relevante EU-wetgeving van deel C van bijlage III bij deze Overeenkomst, worden beheerd onder de verantwoordelijkheid van de Georgische bevoegde autoriteiten overeenkomstig de toepasselijke nationale voorschriften van Georgië tot:
a. 1 januari 2015 voor bepaalde luchtvaartuigen die alleen voor vrachtvervoer worden gebruikt;
b. 31 december 2019 voor bepaalde helikopters en lichte en ultralichte luchtvaartuigen die worden ingezet voor zoek- en reddingsopdrachten, werkzaamheden in de lucht, opleiding, noodopdrachten, landbouw- en humanitaire vluchten overeenkomstig de exploitatiecertificaten van de respectieve maatschappijen, voor zover het luchtvaartuig voldoet aan de internationale normen inzake luchtvaartveiligheid die krachtens de Overeenkomst zijn vastgesteld. Dergelijke luchtvaartuigen genieten geen aanvullende rechten uit hoofde van deze Overeenkomst nadat de in punt 1 van deze bijlage vermelde beslissing is vastgesteld.
- Regeling
- Overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, betreffende een gemeenschappelijke luchtvaartruimte
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 28-05-2021
- BWB-id
- BWBV0005077
- Versie
- 2021-05-28_0