wetzoeker

Aanvullend Protocol Nr. 2 bij het Verdrag nopens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Verdrag nopens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

De Organisatie bezit rechtsbevoegdheid en de Organisatie, haar functionarissen en de vertegenwoordigers van de Leden bij de Organisatie genieten de volgende voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten:

a. op het grondgebied van de Partijen bij het Verdrag nopens Europese Economische Samenwerking van 16 april 1948, de rechtsbevoegdheid, voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten voorzien in Aanvullend Protocol Nr. I bij dat Verdrag;

b. in Canada, de rechtsbevoegdheid, voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten voorzien in enige overeenkomst of regeling nopens rechtsbevoegdheid, voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten tussen de Regering van Canada en de Organisatie;

c. in de Verenigde Staten, de rechtsbevoegdheid, voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten krachtens de „International Organisations Immunities Act” als bepaald in „Executive Order No. 10133” van 27 juni 1950;

d. in alle andere landen, de rechtsbevoegdheid, voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten voorzien in enige overeenkomst of regeling nopens rechtsbevoegdheid, voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten tussen de betrokken regering en de Organisatie.

Regeling
Verdrag nopens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
13-11-1961
BWB-id
BWBV0005057
Versie
1961-11-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl