wetzoeker

Bijlage I — Overeengekomen diensten en gespecificeerde routes Euromediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds

Overeengekomen diensten en gespecificeerde routes

1. De overgangsbepalingen van bijlage II bij deze Overeenkomst zijn van toepassing op deze bijlage.

2. Elke partij verleent de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij het recht luchtvervoersdiensten te exploiteren op de hierna gespecificeerde routes:

a. in het geval van luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie: punten in de Europese Unie – een of meer tussenliggende punten in Euromedlanden, ECAA-landen, of in bijlage IV genoemde landen – een of meer punten in Jordanië;

b. in het geval van luchtvaartmaatschappijen uit Jordanië: punten in Jordanië – een of meer tussenliggende punten in Euromedlanden, ECAA-landen, of in bijlage IV genoemde landen – een of meer punten in de Europese Unie.

3. De diensten die overeenkomstig punt 2 van deze bijlage worden geëxploiteerd, beginnen of eindigen op het grondgebied van Jordanië voor Jordaanse luchtvaartmaatschappijen en op het grondgebied van de Europese Unie voor luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie.

4. De luchtvaartmaatschappijen van beide partijen mogen bij een vlucht of alle vluchten en naar keuze:

a. vluchten in één van beide of beide richtingen exploiteren;

b. verschillende vluchtnummers combineren bij de exploitatie van één luchtvaartuig;

c. tussenliggende punten, zoals gespecificeerd in punt 2 van deze bijlage, en punten op het grondgebied van de partijen bedienen in elke combinatie en volgorde;

d. landingen op een punt of punten overslaan;

e. op ieder willekeurig punt verkeer overbrengen van een van haar luchtvaartuigen naar een ander;

f. een tussenlanding maken op ieder punt binnen of buiten het grondgebied van een partij;

g. transitvluchten verrichten via het grondgebied van de andere partij; en

h. verkeer op hetzelfde luchtvaartuig combineren, ongeacht de herkomst van dit verkeer.

5. Elke partij verleent elke luchtvaartmaatschappij het recht om de frequentie en capaciteit van het door haar aangeboden internationale luchtvervoer te baseren op commerciële marktgerelateerde overwegingen. Overeenkomstig dit recht mag geen van beide partijen unilateraal beperkingen opleggen met betrekking tot het verkeersvolume, de frequentie of de regelmaat van de vluchten of de door de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij gebruikte types luchtvaartuigen, behalve om douane-, technische, operationele, milieu- of gezondheidsredenen.

6. De luchtvaartmaatschappijen van elke partij mogen, met name doch niet uitsluitend in het kader van codesharingovereenkomsten, elk punt in een derde land bedienen dat niet is opgenomen in de gespecificeerde routes, voor zover ze geen rechten van de vijfde vrijheid uitoefenen.

Regeling
Euromediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-08-2020
BWB-id
BWBV0005053
Versie
2020-08-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl