wetzoeker

Artikel 21 Verdrag nopens de oprichting van de “Eurofima”, Europese Maatschappij tot financiering van spoorwegmaterieel

De raad van bestuur beslist over alle aangelegenheden die niet aan een ander orgaan van de vennootschap zijn opgedragen.

De raad van bestuur kan de leiding van de vennootschap geheel of ten dele opdragen aan een of meer van zijn leden (gedelegeerden) of aan derden, die geen lid van de raad behoeven te zijn (directeuren). De raad stelt een reglement vast waarin de rechten en verplichtingen van de raad van bestuur, van zijn gedelegeerden en van de directie zijn vastgelegd.

In dit reglement, dat de goedkeuring behoeft van de algemene vergadering van aandeelhouders, dient de raad van bestuur evenwel ter beslissing aan zich te houden, die in de gevallen van de punten 3 en 4 globaal kan worden genomen door een periodieke begroting en de toegestane toepassingen vast te stellen, vergezeld van een verplichting om de raad van bestuur te informeren over de aangegane leningen en/of het gebruik ervan:

1. de samenstelling van de directie, alsmede de vaststelling van de voorwaarden van de aanstelling, de benoeming en het ontslag van de directeuren;

2. de aanwijzing van de leden van de raad van bestuur die bevoegd zijn namens de vennootschap te tekenen, en het verlenen van procuratie aan personen die geen deel uitmaken van de raad van bestuur (directeuren, procuratiehouders);

3. het afsluiten van leningen, in welke vorm ook, binnen de door de algemene vergadering van aandeelhouders gestelde grenzen;

4. het afsluiten van overeenkomsten betreffende de levering of de financiering van spoorwegmaterieel;

5. de opstelling van het jaarverslag, voorbereiding van de algemene vergadering van aandeelhouders en uitvoering van haar besluiten;

6. verzoeken om bijstorting op nog niet volledig volgestorte aandelen en de voorwaarden daarvan, alsmede de overeenkomstige wijziging van artikel 5 betreffende het geplaatste en gestorte maatschappelijk kapitaal.

De raad van bestuur stelt ook het kredietbeleid vast, dat onder meer de criteria en voorwaarden om in aanmerking te komen voor financiering door de vennootschap bepaalt en de categorieën rollend materieel en spoorwegmaterieel dat voor deze financiering in aanmerking kan komen. In dit kredietbeleid is de verplichting opgenomen inzake de bestemming van de geleende middelen, waarbij de financiering voorbehouden is aan kredietnemers die in aanmerking komen voor de financiering van spoorwegmaterieel dat wordt gebruikt voor openbare dienstverlening, zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving in de betrokken lidstaat of lidstaten (dat wil zeggen in de lidstaat of zijn staatkundig onderdeel die/dat het recht/de verplichting verleent om dit spoorwegmaterieel in de openbare dienst te exploiteren of, indien het een andere lidstaat betreft, waarin dit spoorwegmaterieel in de openbare dienst wordt geëxploiteerd) op elk moment.

Het kredietbeleid bepaalt bovendien de aard en het bedrag van de zakelijke zekerheid van de vennootschap op het door de vennootschap gefinancierde spoorwegmaterieel en de criteria op basis waarvan de vennootschap kan afzien van de eis van een zakelijke zekerheid op het door haar gefinancierde spoorwegmaterieel.

Regeling
Verdrag nopens de oprichting van de “Eurofima”, Europese Maatschappij tot financiering van spoorwegmaterieel
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
09-06-2026
BWB-id
BWBV0005045
Versie
2026-06-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl