wetzoeker

Nr. III Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland nopens het verloop van de gemeenschappelijke landgrens, de grenswateren, het grondbezit in de nabijheid van de grens, het grensoverschrijdende verkeer over land en via de binnenwateren en andere met de grens verband houdende vraagstukken, met Bijlagen en Slotprotocol (Grensverdrag)

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

Directie Verdragen

's-Gravenhage, 8 april 1960

Mijnheer de Minister,

Onder verwijzing naar artikel 7, lid 1, van het heden ondertekende Grensverdrag heb ik de eer, U het volgende mede te delen:

De Nederlandse en de Duitse delegatie hebben gemeenschappelijk vastgesteld, dat het in het gebied van Elten aanwezige spoorwegvermogen, met inbegrip van de daarbijbehorende roerende inventaris alsmede eventuele opbrengsten van verkochte of onteigende delen van het bedrijfsvermogen, behoort tot het openbare vermogen in de zin van artikel 7, lid 1, van het Grensverdrag. Ter uitvoering van dit Verdrag zal de Nederlandse Regering ervoor zorgen, dat het spoorwegvermogen in dit gebied aan de „Deutsche Bundesbahn” wordt overgedragen. Op dit spoorwegvermogen rusten geen andere lasten en verplichtingen dan die welke op 23 april 1949 bestonden.

Gelief, Mijnheer de Minister, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) J. LUNS

Aan Zijne Excellentie

Dr. H. von Brentano,

Bondsminister van Buitenlandse Zaken

van de Bondsrepubliek Duitsland

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland nopens het verloop van de gemeenschappelijke landgrens, de grenswateren, het grondbezit in de nabijheid van de grens, het grensoverschrijdende verkeer over land en via de binnenwateren en andere met de grens verband houdende vraagstukken, met Bijlagen en Slotprotocol (Grensverdrag)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-2004
BWB-id
BWBV0005042
Versie
2004-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl