wetzoeker

Nr. II Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland nopens het verloop van de gemeenschappelijke landgrens, de grenswateren, het grondbezit in de nabijheid van de grens, het grensoverschrijdende verkeer over land en via de binnenwateren en andere met de grens verband houdende vraagstukken, met Bijlagen en Slotprotocol (Grensverdrag)

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

Directie Verdragen

's-Gravenhage, 8 april 1960

Mijnheer de Minister,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, waarvan de tekst in Nederlandse vertaling als volgt luidt:

„Onder verwijzing naar het heden ondertekende Grensverdrag heb ik de eer, U het volgende mede te delen:

De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en publiekrechtelijke rechtspersonen in de Bondsrepubliek zullen zich niet tot het Koninkrijk der Nederlanden wenden met het verzoek tot regeling van aanspraken die eventueel zouden kunnen voortvloeien uit de uitoefening van overheidsbevoegdheden die na de tweede wereldoorlog met betrekking tot de in artikel 4 van het Grensverdrag bedoelde gebieden aan het Koninkrijk waren overgedragen.”

Met de inhoud van Uw schrijven ga ik akkoord.

Gelief, Mijnheer de Minister, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) J. LUNS

Aan Zijne Excellentie

Dr. H. von Brentano,

Bondsminister van Buitenlandse Zaken

van de Bondsrepubliek Duitsland

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland nopens het verloop van de gemeenschappelijke landgrens, de grenswateren, het grondbezit in de nabijheid van de grens, het grensoverschrijdende verkeer over land en via de binnenwateren en andere met de grens verband houdende vraagstukken, met Bijlagen en Slotprotocol (Grensverdrag)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-2004
BWB-id
BWBV0005042
Versie
2004-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl