wetzoeker

I Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering houdende een overeenkomst inzake legering van Amerikaanse troepen in Nederland

No. 73

Excellenties:

Ik heb de eer te verwijzen naar onze onlangs gehouden besprekingen betreffende de wijze waarop onze beide Regeringen, als partijen bij het Noord-Atlantisch Verdrag, de doeleinden van artikel III van dat Verdrag kunnen nastreven ter versterking van haar individueel en collectief vermogen om een gewapende aanval te weerstaan, en wel door het stationneren van gewapende strijdkrachten van de Verenigde Staten in Nederland. Ik heb de eer Uwer Excellenties mede te delen dat de Regering van de Verenigde Staten bereid is met de Regering van Nederland een overeenkomst te sluiten op basis van de volgende bepalingen:

1. De Regeringen van de Verenigde Staten en van Nederland komen overeen dat de Regering van de Verenigde Staten haar strijdkrachten, als wederzijds zal worden bepaald, in Nederland mag stationneren ter bevordering van de doeleinden van het Noord-Atlantisch Verdrag.

2. De Nederlandse Regering zal, zonder dat dit voor de Verenigde Staten kosten medebrengt, die gronden en aansluitingen op de openbare nutsbedrijven, met inbegrip van toegangswegen, ter beschikking stellen, ten aanzien waarvan is overeengekomen dat zij noodzakelijk zijn voor de doeleinden van deze overeenkomst. De overige onkosten welke ontstaan door de uitvoering van deze overeenkomst zullen door de Regeringen van de Verenigde Staten en Nederland worden gedragen voor nader tussen haar te bepalen delen.

Het gebruik van de door de strijdkrachten van de Verenigde Staten benodigde diensten der openbare nutsbedrijven en andere diensten zal door de Nederlandse Regering worden vergemakkelijkt.

Indien de hieraan verbonden kosten ten laste komen van de Amerikaanse Regering zullen de in rekening gebrachte bedragen voor het gebruik van de diensten der openbare nutsbedrijven en de in rekening gebrachte bedragen voor andere gevraagde en geleverde diensten niet hoger zijn dan die welke in soortgelijke gevallen betaald worden door de Nederlandse militaire diensten.

3. Het recht van eigendom op verplaatsbare uitrusting, materialen en voorraden ingevoerd of verworven in Nederland door of ten behoeve van de Verenigde Staten in verband met deze overeenkomst zal blijven berusten bij de Regering der Verenigde Staten.

Deze eigendommen zullen vrijgesteld zijn van alle rechten, inspecties en andere beperkingen, zowel bij invoer als uitvoer, en van alle belastingen.

Bij het beëindigen van iedere operatie krachtens deze overeenkomst, zal de Nederlandse Regering aan de Verenigde Staten de eventuele restwaarde vergoeden van de krachtens deze overeenkomst op kosten van de Verenigde Staten opgerichte en aangelegde installaties.

Het bedrag en de wijze van deze vergoeding zullen worden bepaald in overleg tussen de desbetreffende autoriteiten van beide Regeringen.

4. De rechtspositie van de strijdkrachten van de Verenigde Staten in Nederland wordt geregeld door de bepalingen van het op 19 Juni 1951 te Londen ondertekende Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtpositie van hun krijgsmachten en door zodanige afspraken als de beide Regeringen eventueel zullen maken betreffende de toepassing van deze bepalingen.

5. Bevestigd wordt dat de bepalingen van de notawisseling inzake ontheffing van belastingen, ondertekend te 's-Gravenhage op 7 Maart 1952, zoals aangevuld, van toepassing zijn op uitgaven gedaan door of ten behoeve van de Verenigde Staten voor de doeleinden van deze overeenkomst.

6. De in deze nota bedoelde regelingen zullen gelden zolang het Noord-Atlantisch Verdrag van kracht blijft of tot zodanig tijdstip als de beide Regeringen omtrent haar beëindiging wederzijds overeenkomen.

7. Nadat de in Nederland grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen treedt deze overeenkomst in werking op de dag van ontvangst door de Regering van de Verenigde Staten van een desbetreffende mededeling van de Nederlandse Regering.

Indien de bovenvermelde bepalingen en de bij deze nota gevoegde Bijlage voor Uw Regering aanvaardbaar zijn, zullen deze nota en het antwoord van Uwe Excellenties waarin zodanige aanvaarding is vervat, worden geacht een overeenkomst te vormen tussen onze beide Regeringen betreffende deze aangelegenheid.

Gelief, Excellenties, de hernieuwde verzekeringen van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) FREEMAN MATTHEWS.

Amerikaanse Ambassade,

's-Gravenhage, 13 Augustus 1954.

Hunne Excellenties

J. W. Beyen, Minister van Buitenlandse Zaken

en

J. M. A. H. Luns, Minister zonder Portefeuille,

Ministerie van Buitenlandse Zaken,

's-Gravenhage

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering houdende een overeenkomst inzake legering van Amerikaanse troepen in Nederland
Afkortingen
Soesterbergovereenkomst
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
16-11-1954
BWB-id
BWBV0005000
Versie
1954-11-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl