wetzoeker

Artikel 29 Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering inzake de uitoefening van rechten en verplichtingen welke ten aanzien van de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde Nederlandse militaire eenheden voortvloeien uit twee op 26 mei 1952 te Bonn gesloten en op 23 oktober 1954 te Parijs herziene Verdragen

— Rechten en verplichtingen

1 De autoriteiten van de krijgsmachten hebben het recht, de voorwaarden vast te stellen, waarop personen die in dienst zijn van de krijgsmachten wapens mogen dragen en gebruiken binnen een installatie of voor zover hun werkzaamheden het dragen van wapens noodzakelijk maken. De bepalingen betreffende het gebruik van wapens worden aangepast aan de Duitse wetgeving inzake zelfverdediging („Notwehr”).

2 De in lid 1 van dit artikel bedoelde personen moeten in het bezit zijn van een door de autoriteiten van de krijgsmachten afgegeven vergunning tot het dragen van vuurwapenen. Vergunningen tot het dragen van vuurwapenen mogen slechts worden afgegeven aan personen ten aanzien van wier betrouwbaarheid geen ernstige twijfel bestaat. Een desbetreffend identiteitsbewijs, waarop een aantekening is gesteld, wordt eveneens als een vergunning tot het dragen van vuurwapenen beschouwd.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering inzake de uitoefening van rechten en verplichtingen welke ten aanzien van de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde Nederlandse militaire eenheden voortvloeien uit twee op 26 mei 1952 te Bonn gesloten en op 23 oktober 1954 te Parijs herziene Verdragen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-06-1956
BWB-id
BWBV0004959
Versie
1956-06-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl