wetzoeker

Artikel 3 Verdrag betreffende gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde

1 Wanneer een dergelijke handelwijze dienstig is voor het ten uitvoer leggen van de bepalingen van dit Verdrag dienen maatregelen genomen te worden om een objectieve waardering van beroepen op basis van het te verrichten werk te bevorderen.

2 De te volgen methoden bij deze waardering kunnen bepaald worden door de autoriteiten, die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van bezoldigingstarieven, of, wanneer deze tarieven vastgesteld zijn bij collectieve arbeidsovereenkomsten, door de betrokken partijen.

3 Tariefsverschillen die, ongeacht het geslacht, voortvloeien uit bij een dergelijke objectieve waardering vastgestelde verschillen in het te verrichten werk, mogen niet als strijdig met het beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde beschouwd worden.

Regeling
Verdrag betreffende gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
16-06-1972
BWB-id
BWBV0004933
Versie
1972-06-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl