wetzoeker

Artikel 4 Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw

1 Elk Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, dient de nodige maatregelen te nemen om te waarborgen dat de betrokken werkgevers en werknemers op de hoogte zijn van de geldende minimum-loon tarieven en dat geen lagere lonen uitbetaald worden in gevallen waar deze tarieven toepasselijk zijn; deze maatregelen dienen het voorzien in toezicht, inspectie en dwangmaatregelen te omvatten voorzover zulks nodig en doeltreffend is in de omstandigheden, die in de landbouw heersen in het betrokken land.

2 Een werknemer, op wie de minimum-loon tarieven van toepassing zijn en die een lager loon dan volgens deze tarieven ontvangen heeft, dient gerechtigd te zijn om het te weinig ontvangene alsnog te verkrijgen langs gerechtelijke of een andere geschikte weg, behoudens de tijdsbeperking die door de nationale wetten of regelingen kan worden vastgesteld.

Regeling
Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-06-1955
BWB-id
BWBV0004932
Versie
1955-06-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl