wetzoeker

Nr. II Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Bondsregering betreffende de gelding van verdragen

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

No. 138530

's-Gravenhage 16 oktober 1959.

Mijnheer de Ambassadeur,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellentie's schrijven van 5 oktober 1959, hetwelk als volgt luidt:

(Zoals in nr. I)

Ik heb de eer Uwe Excellentie te doen weten, dat de inhoud van bovengenoemde mededeling de instemming van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden wegdraagt, met dien verstande, echter, dat die instemming eerst van kracht kan worden op de dag waarop genoemde Regering aan de Oostenrijkse Regering zal hebben bekendgemaakt, dat aan de in het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande grondwettelijke voorschriften is voldaan.

Gelief, Mijnheer de Ambassadeur, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) J. DE QUAY

Minister van Buitenlandse Zaken a.i.

Zijne Excellentie

Dr. Georg Afuhs

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur

van Oostenrijk

's-Gravenhage

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Bondsregering betreffende de gelding van verdragen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-05-1960
BWB-id
BWBV0004895
Versie
1960-05-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl