wetzoeker

Nr. I Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Bondsregering betreffende de gelding van verdragen

OOSTENRIJKSE AMBASSADE

's-GRAVENHAGE

's-Gravenhage, 5 oktober 1959.

Excellentie,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen welke tussen Uw Ministerie en deze Ambassade zijn gevoerd betreffende de toepasselijkheid van de op 13 maart 1938 tussen de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk der Nederlanden van kracht zijnde verdragen en overeenkomsten. Bij die besprekingen is vastgesteld, dat, tengevolge van de gebeurtenissen welke zich tussen de jaren 1938 en 1945 in Europa hebben voorgedaan, twijfel zou kunnen rijzen met betrekking tot de vraag, of de op genoemde datum tussen onze beide landen van kracht zijnde verdragen en overeenkomsten op het ogenblik van toepassing zijn.

In het verlangen deze vraag tot klaarheid te brengen, heeft mijn Regering de eer voor te stellen, dat van de hierboven bedoelde verdragen en overeenkomsten alleen die in de betrekkingen tussen onze beide landen van toepassing worden beschouwd welke in bijlage dezes zijn opgesomd.

De inhoud van de vorige alinea heeft geen betrekking op het op 1 december 1921 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag tussen Oostenrijk en Nederland, waarbij het op 24 november 1880 tussen Nederland en de voormalige Oostenrijks-Hongaarse Monarchie gesloten Verdrag nopens de uitlevering van misdadigers toepasselijk wordt verklaard, en evenmin op het op 6 november 1922 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag tussen Oostenrijk en Nederland betreffende de toelating van Oostenrijkse consulaire ambtenaren in de Nederlandse koloniën, aangezien de toepasselijkheid van deze beide verdragen reeds in vorige notawisselingen is overeengekomen.

Ik zou het op prijs stellen, indien Uwe Excellentie mij wel zou willen doen weten, of de inhoud van deze mededeling de instemming van de Regering van Hare Majesteit de Koningin wegdraagt.

Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) DR. GEORG AFUHS

Zijne Excellentie

de Heer J. M. A. H. Luns,

Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland,

's-Gravenhage

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Bondsregering betreffende de gelding van verdragen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-05-1960
BWB-id
BWBV0004895
Versie
1960-05-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl