wetzoeker

II Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering betreffende de gelding van verdragen

MINISTERIE

VAN BUITENLANDSE ZAKEN

No. 79808

's-Gravenhage, 13 Augustus 1954

Mijnheer de Ambassadeur,

Hierbij mogen wij Uwer Excellentie de ontvangst bevestigen van Haar brief van heden, waarbij Zij mededeelt, dat de Geallieerde Hoge Commissie voor Duitsland bij directive no. 6, sub 3, van 19 Maart 1951, Ambtsblad van de Hoge Commissie 1951 pagina 846, heeft verklaard, dat de hieronder genoemde verdragen van het voormalige Duitse Rijk met ingang van 1 Januari 1954 toepasselijk zijn op en verbindend zijn voor de Bondsrepubliek Duitsland.

a) Overeenkomst tussen Nederland en het Duitse Keizerrijk wegens de aansluiting van de spoorweg van Boxtel langs Gennep over Kleef en naar Wesel van 18 Augustus 1871 (Staatsblad 1871, no. 102).

b) Overeenkomst tussen Nederland en Duitsland tot wijziging van die van 18 Augustus 1871 betreffende de aanleg van een spoorweg van Boxtel over Gennep naar Kleef en langs Goch naar Wesel van 13 November 1874 (Staatsblad 1875, no. 23).

c) Overeenkomst tussen Nederland en Duitsland tot regeling der aansluiting aan de Nederlands-Duitse grens van een spoorweg van Antwerpen naar Gladbach van 13 November 1874 (Staatsblad 1875, no. 18).

d) Overeenkomst tussen Nederland en Duitsland tot regeling van de aanleg van een spoorweg van Enschede naar Dortmund van 13 November 1874 (Staatsblad 1875, no. 22).

e) Overeenkomst tussen Nederland en Duitsland tot aansluiting van de locaalspoorweg Sittard-Herzogenrath op de Nederlands-Pruisische grens van 28 November 1892 (Staatsblad 1893, no. 53).

f) Overeenkomst tussen Nederland en Pruisen betrekkelijk de aansluiting van de spoorweg Nijmegen-Kleef van 14 Maart 1864 (Staatsblad 1864, no. 42).

g) Overeenkomst tussen Nederland en Pruisen betrekkelijk de aansluiting van de spoorweg Venlo naar Vierssen en Kempen van 14 Maart 1864 (Staatsblad 1864, no. 43).

h) Overeenkomst tussen Nederland en Pruisen betrekkelijk de aansluiting van de spoorweg Enschede-Rheine-Munster van 12 Mei 1864 (Staatsblad 1864, no. 82).

i) Conventie tussen Nederland en Duitsland betrekkelijk de spoorweg van Zutphen langs Winterswijk en Borken tot nabij Gelsenkirchen met een zijtak naar Bocholt van 31 Juli 1875 (Staatsblad 1875, no. 175).

k) Verdrag tussen Nederland en Duitsland betreffende de aanleg van een locaalspoorweg van Enschede naar Ahaus van 27 Juni 1899 (Staatsblad 1899, no. 238).

l) Verdrag tussen Nederland en Duitsland betreffende de aanleg van een spoorweg van Coevorden naar Neuenhaus van 23 Juli 1908 (Staatsblad 1909, no. 57).

Wij hebben er kennis van genomen, dat de Geallieerde Hoge Commissie voor Duitsland met ingang van 1 Januari 1953 de navolgende verdragen toepasselijk op en verbindend voor de Bondsrepubliek Duitsland heeft verklaard.

a) Verdrag tot vaststelling van enige eenvormige regelen betreffende hulp en berging van 23 September 1910 (Staatsblad 1913, no. 75).

b) Verdrag tot vaststelling van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring van 23 September 1910 (Staatsblad 1913, no. 74).

c) Protocol betreffende arbitrage-clausules van 24 September 1923 (Tractatenblad 1952, no. 73).

d) Verdrag nopens tenuitvoerlegging van in het buitenland gewezen scheidsrechterlijke uitspraken van 26 September 1927 (Tractatenblad 1952, no. 74).

Wij hebben eveneens van Uwe Excellentie vernomen, dat de Geallieerde Hoge Commissie voor Duitsland haar toestemming heeft verleend voor de toepassing van de navolgende verdragen in het verkeer tussen Nederland en de Bondsrepubliek Duitsland.

1) Verdrag tot regeling der voogdij van minderjarigen van 12 Juni 1902 (Staatsblad 1904, no. 121) met Protocol van 28 November 1923 (Staatsblad 1926, no. 205).

2) Verdrag tot regeling der wetsconflicten met betrekking tot het huwelijk van 12 Juni 1902 (Staatsblad 1904, no. 121) met Protocol van 28 November 1923 (Staatsblad 1926, no. 205).

3) Verdrag betreffende de wetsconflicten met betrekking tot de gevolgen van het huwelijk t.o.v. de rechten en verplichtingen der echtgenoten in hun persoonlijke betrekkingen en t.o.v. hun goederen van 17 Juli 1905 (Staatsblad 1912, no. 285) met Protocol van 28 November 1923 (Staatsblad 1926, no. 205).

4) Verdrag betreffende de curatele en soortgelijke maatregelen van bescherming van 17 Juli 1905 (Staatsblad 1912, no. 286) met Protocol van 28 November 1923 (Staatsblad 1926, no. 205).

5) Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige bepalingen inzake conservatoir beslag op luchtvaartuigen van 29 Mei 1933 (Staatsblad 1938, no. 12).

Wij hebben de eer Uwer Excellentie mede te delen, dat de Nederlandse Regering ermede instemt, dat bovengenoemde Verdragen beschouwd worden als verbindend tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland. Wij mogen Uwer Excellentie tevens bevestigen, dat deze verdragen, voorzover zij betrekking hebben op de sectoren van Berlijn, die bezet zijn door Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika, ook op dat gebied van toepassing zullen worden beschouwd zodra van Duitse zijde is medegedeeld, dat de Geallieerde Kommandantura daarvoor haar toestemming heeft verleend.

De bij deze notawisseling tussen onze beide Regeringen tot stand gekomen Overeenkomst zal in werking treden op de dag, dat de Nederlandse Regering aan de Duitse Bondsregering zal mededelen, dat de in Nederland grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen.

Wij maken van deze gelegenheid gebruik, Mijnheer de Ambassadeur, U onze zeer bijzondere hoogachting te betuigen.

(w.g.) J. LUNS

(w.g.) J. W. BEYEN

Zijner Excellentie

Dr. H. Mühlenfeld,

Ambassadeur der Bondsrepubliek Duitsland,

te 's-Gravenhage.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering betreffende de gelding van verdragen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-11-1954
BWB-id
BWBV0004892
Versie
1954-11-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl