wetzoeker

Nr. II Notawisseling tussen de Nederlandse en de Zweedse Regering inzake de wederzijdse erkenning van nationale rijbewijzen

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

Nr. 71755

's-Gravenhage, 21 mei 1957.

Mijnheer de Zaakgelastigde,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van de brief van Zijne Excellentie de Ambassadeur van Zweden te 's-Gravenhage d.d. 8 mei 1957, welke als volgt luidt:

(Zoals in nr. I)

Ik heb de eer U de instemming van de Nederlandse Regering met het bovenstaande te bevestigen.

Deze brief alsmede bovenvermelde brief van 8 mei 1957 vormen de overeenkomst welke in deze aangelegenheid tussen onze beide Regeringen is tot stand gekomen.

Gelief, Mijnheer de Zaakgelastigde, de verzekering van mijn bijzondere achting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) W. DREES

Minister van Buitenlandse Zaken a.i.

De Heer O. R. Kayser,

Tijdelijk Zaakgelastigde van Zweden,

's-Gravenhage.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Zweedse Regering inzake de wederzijdse erkenning van nationale rijbewijzen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-1957
BWB-id
BWBV0004872
Versie
1957-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl