wetzoeker

Nr. I Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Regering van het Vorstendom Monaco houdende een overeenkomst betreffende de erkenning van reisdocumenten

AMBASSADE DER NEDERLANDEN

Parijs, 13 oktober 1959.

Mijnheer de Minister,

Ik heb de eer ter kennis van Uwe Excellentie te brengen, dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, verlangende het personenverkeer tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vorstendom Monaco te vergemakkelijken, bereid is een overeenkomst te sluiten met de Vorstelijke Regering van Monaco, vervat in de volgende bewoordingen:

Indien de Regering van het Vorstendom Monaco de voorgaande bepalingen kan aanvaarden, heb ik de eer voor te stellen, dat deze brief en Uw bevestigend antwoord beschouwd zullen worden als een overeenkomst, die voorlopig zal worden toegepast van de tiende dag af volgende op de dagtekening van Uw antwoord.

Gelief, Mijnheer de Minister, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

De Ambassadeur der Nederlanden,

(w.g.) J. W. BEYEN.

Aan Zijne Excellentie

de Heer Jean Duhamel,

Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister

van het Vorstendom Monaco,

te Parijs.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Regering van het Vorstendom Monaco houdende een overeenkomst betreffende de erkenning van reisdocumenten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
31-10-1960
BWB-id
BWBV0004870
Versie
1960-10-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl