wetzoeker

Nr. II Notawisseling tussen de Nederlandse en de Noorse Regering houdende een overeenkomst betreffende de uitgifte van effecten aan het andere land, die volgens de wetgeving van beide landen, als Duits vijandelijk vermogen worden beschouwd

KONINKLIJK MINISTERIE

VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Mijnheer,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

(Zoals in nr. I)

De Noorse Regering stemt met de in Uw brief voorgestelde regeling in en gaat er tevens mede akkoord, dat onze beide brieven zullen worden beschouwd een formele overeenkomst te vormen tussen onze beide Regeringen en daarvan het bewijs te zijn. De Noorse Regering stemt tevens in met het voorstel van de Nederlandse Regering, dat de overeenkomst in werking zal treden op de datum waarop elk van beide Regeringen van de andere Regering een nota zal hebben ontvangen, waarin wordt medegedeeld, dat aan de grondwettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van een dergelijke overeenkomst is voldaan.

Oslo, 30 juni 1958.

(w.g.) HALVARD LANGE

De heer C. A. van der Klaauw,

Nederlands Zaakgelastigde, enz., enz.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Noorse Regering houdende een overeenkomst betreffende de uitgifte van effecten aan het andere land, die volgens de wetgeving van beide landen, als Duits vijandelijk vermogen worden beschouwd
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-08-1959
BWB-id
BWBV0004859
Versie
1959-08-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl