wetzoeker

Artikel 7 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de regeling van financiële vraagstukken en inzake uitkeringen ten gunste van Nederlandse slachtoffers van de nationaal-socialistische vervolging (Financieel Verdrag)

1 Vermogensbestanddelen die afkomstig zijn uit de nalatenschappen van na 8 mei 1945 overleden niet-Duitse erflaters, of de netto-opbrengsten daarvan, en die als Duits vermogen krachtens het Besluit Vijandelijk Vermogen in de beschikkingsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden zijn overgegaan, worden aan de Duitse betrokkenen of hun rechtsopvolgers op hun verzoek ter beschikking gesteld. Het verzoek dient binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag bij het Nederlandse Beheersinstituut te worden ingediend.

2 Indien een zodanige nalatenschap bij de inwerkingtreding van dit Verdrag nog niet is verdeeld, worden aan de Duitse betrokkenen of hun rechtsopvolgers de aan hen toevallende aanspraken ter beschikking gesteld, zonder dat daartoe een verzoek behoeft te worden ingediend en zonder beheerskosten en rechten in rekening te brengen.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de regeling van financiële vraagstukken en inzake uitkeringen ten gunste van Nederlandse slachtoffers van de nationaal-socialistische vervolging (Financieel Verdrag)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1963
BWB-id
BWBV0004815
Versie
1963-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl