wetzoeker

Nr. V Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de regeling van financiële vraagstukken en inzake uitkeringen ten gunste van Nederlandse slachtoffers van de nationaal-socialistische vervolging (Financieel Verdrag)

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

Directie Verdragen

's-Gravenhage, 8 april 1960

Mijnheer de Minister,

Onder verwijzing naar artikel 3 van het heden ondertekende Financiële Verdrag heb ik de eer U het volgende mede te delen:

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal met ingang van heden geen verdere investeringen verrichten in de in artikel 4 van het heden ondertekende Grensverdrag aangegeven gebieden, zonder zich tevoren met de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland over aard en omvang van zodanige investeringen te hebben verstaan.

Gelief, Mijnheer de Minister, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) J. LUNS

Aan Zijne Excellentie

Dr. H. von Brentano,

Bondsminister van Buitenlandse Zaken

van de Bondsrepubliek Duitsland

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de regeling van financiële vraagstukken en inzake uitkeringen ten gunste van Nederlandse slachtoffers van de nationaal-socialistische vervolging (Financieel Verdrag)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1963
BWB-id
BWBV0004815
Versie
1963-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl