wetzoeker

II Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering inzake ontheffing van belastingen met betrekking tot Amerikaanse uitgaven in Nederland voor de gemeenschappelijke defensie

AMERIKAANSE AMBASSADE

No. 524.

's-Gravenhage, Nederland,

7 Maart 1952.

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellenties Nota d.d. 7 Maart 1952, waarvan de tekst luidt als volgt:

(volgt tekst „Memorandum betreffende ontheffing van belastingen”, zie No. I.)

Eveneens heb ik de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellenties brief van 7 Januari 1952

1) [Red: Kennelijk is bedoeld „7 Maart 1952”.]

, waarvan de, tekst luidt als volgt:

(volgt tekst Nederlandse brief, zie No. I.)

Ik heb de eer te bevestigen, dat de bepalingen vervat in de hierboven aangehaalde Nota en de uitlegging vervat in Uwer Excellenties brief aanvaardbaar zijn voor de Regering van de Verenigde Staten, en dat eerdergenoemde Nota en het onderhavige antwoord een overeenkomst vormen tussen de Regeringen van de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden.

Gelief, Excellentie, de hernieuwde verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) SELDEN CHAPIN

Zijner Excellentie Mr D. U. Stikker,

Minister van Buitenlandse Zaken van het

Koninkrijk der Nederlanden,

's-Gravenhage.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering inzake ontheffing van belastingen met betrekking tot Amerikaanse uitgaven in Nederland voor de gemeenschappelijke defensie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-03-1952
BWB-id
BWBV0004809
Versie
1952-03-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl