Tekst Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering inzake ontheffing van belastingen met betrekking tot Amerikaanse uitgaven in Nederland voor de gemeenschappelijke defensie
MEMORANDUM BETREFFENDE ONTHEFFING VAN BELASTINGEN
Tussen de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zijn onlangs besprekingen gehouden met betrekking tot de Nederlandse belastingheffing, voor zover deze uitgaven treft van de Regering van de Verenigde Staten in het kader van de gemeenschappelijke defensie. Deze besprekingen hebben geleid tot bepaalde afspraken, welke ik hierbij gaarne te Uwer kennis breng als de door de Nederlandse Regering aanvaarde verplichtingen.
1. De Nederlandse Regering zal, in de mate en op de wijze als hieronder zijn vermeld, de Amerikaanse Regering ontheffen van de Nederlandse belastingen welke hierna zijn genoemd. Deze ontheffing zal van toepassing zijn met betrekking tot alle uitgaven van de Verenigde Staten in Nederland voor uitrusting, goederen, werken en diensten voor de gemeenschappelijke defensie-inspanning, met inbegrip van uitgaven voor enig programma van de Verenigde Staten voor hulpverlening aan het buitenland.
De hierbedoelde uitgaven van de Verenigde Staten bestaan uit:
a) uitgaven voor uitrusting, goederen, werken en diensten, in Nederland verworven, uitgevoerd of verricht, hetzij voor Amerikaanse, hetzij voor Nederlandse strijdkrachten, hetzij voor de strijdkrachten van andere landen;
b) uitgaven voor infrastructuurwerken in Nederland, hetzij voor multilateraal gebruik door N.A.T.O.-strijdkrachten, hetzij uitsluitend voor gebruik door Amerikaanse strijdkrachten, hetzij voor gebruik door Amerikaanse strijdkrachten tezamen met Nederlandse strijdkrachten;
c) uitgaven voor enig programma van de Amerikaanse Regering voor hulpverlening aan het buitenland.
2. De ontheffing van belastingen, welke verband houdt met zodanige uitgaven, zal betrekking hebben op:
a) omzetbelasting en
b) invoerrechten en andere belastingen op de invoer van goederen of onderdelen, welke gebruikt worden voor de vervaardiging van eindproducten,
voorzover vrijstelling van zodanige rechten en belastingen zou worden verleend, indien de goederen uit Nederland zouden worden uitgevoerd, ongeacht of de goederen in feite worden uitgevoerd dan wel in Nederland blijven.
3. Deze overeenkomst maakt geen inbreuk op de Nederlandse wetten betreffende sociale zekerheid en andere bijdragen, verband houdende met de tewerkstelling van personen.
4.
a) Ontheffing van belastingen, op grond van dit memorandum verleend met betrekking tot uitgaven, welke uit hoofde van contracten, gesloten met Nederlandse leveranciers en rechtstreeks gefinancierd door de Amerikaanse Regering worden gedaan, zal op zodanige wijze worden verwezenlijkt, dat in de betalingen door de Amerikaanse Regering uit hoofde van zodanige contracten de in paragraaf 2 genoemde rechten en belastingen niet zijn begrepen.
b) Wat betreft de infrastructuurwerken of enig ander programma, waarvoor de Nederlandse Regering optreedt als opdrachtgeefster en waarvoor zij geheel of gedeeltelijk terugbetaling ontvangt van de Amerikaanse Regering zal zodanige terugbetaling worden verminderd met de rechten en belastingen, genoemd in paragraaf 2. Ontheffing van belastingen met betrekking tot zodanige uitgaven voor infrastructuurwerken kan evenwel om technische redenen niet worden verwezenlijkt door middel van een vrijstelling van belastingen. In dergelijke gevallen zullen mitsdien de belastingen worden toegevoegd aan de kosten die door de Nederlandse Regering worden gedragen.
5. Met betrekking tot Nederlandse belastingen welke in dit memorandum niet afzonderlijk zijn genoemd, en waarvan mocht blijken, dat ze de in dit memorandum bedoelde uitgaven treffen, of met betrekking tot enigerlei uitgaven van de Amerikaanse Regering waarop in dit memorandum niet wordt gedoeld, zullen de beide Regeringen overleggen of ontheffing van zodanige belastingen, of uitbreiding van dit memorandum tot zodanige uitgaven verenigbaar zou zijn met de beginselen die daaraan ten grondslag liggen. Indien zulks het geval is, zullen de beide Regeringen overeenkomen omtrent een procedure, teneinde ontheffing van zodanige belastingen te verlenen of zodanige uitgaven daarin op te nemen.
6. Dit memorandum beoogt geen inbreuk te maken op de vrijstellingen van belastingen, welke door de Nederlandse Regering worden verleend in overeenstemming met bestaande overeenkomsten, zoals het Verdrag tot wederzijdse hulpverlening inzake verdediging van 27 Januari 1950. Het ligt voorts niet in de bedoeling, dat het Verdrag nopens de rechtspositie van de N.A.T.O.-krijgsmachten, ondertekend te Londen op 19 Juli 1951, op de in dit memorandum vervatte afspraken van invloed zal zijn.
7. De ontheffing, die op grond van deze overeenkomst wordt verleend, is van toepassing op alle uitgaven als in dit memorandum zijn bedoeld, welke na de datum van dit memorandum worden gedaan.
8. Indien de Amerikaanse Regering van mening is, dat enigerlei belasting, welke in een der Overzeese Rijksdelen van het Koninkrijk der Nederlanden wordt geheven, de in dit memorandum bedoelde uitgaven treft, zal de Nederlandse Regering op verzoek van de Amerikaanse Regering, met de autoriteiten van het betrokken Overzeese Rijksdeel van het Koninkrijk overleg plegen over de mogelijkheid om voor de Amerikaanse Regering een geëigende ontheffing van belastingen te verkrijgen overeenkomstig die, welke in dit memorandum is voorzien.
's-Gravenhage, 7 Maart 1952.
- Regeling
- Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering inzake ontheffing van belastingen met betrekking tot Amerikaanse uitgaven in Nederland voor de gemeenschappelijke defensie
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 07-03-1952
- BWB-id
- BWBV0004809
- Versie
- 1952-03-07_0