wetzoeker

Nr. II Notawisseling tussen de Nederlandse en de Egyptische Regering inzake belastingvrijstelling van luchtvaartondernemingen

Cairo, 15 mei 1957.

Mijnheer de Zaakgelastigde,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden en in antwoord daarop heb ik de eer U ervan in kennis te stellen, dat de Regering van de Republiek Egypte bereid is met de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden een overeenkomst te sluiten over wederzijdse vrijstelling inzake bepaalde belastingen met betrekking tot luchtvervoermaatschappijen, welke overeenkomst in de volgende bewoordingen is vervat:

(Volgen de punten 1 tot en met 4 van nr. I.)

Nu bij deze de instemming van de Regering van de Republiek Egypte te Uwer kennis wordt gebracht, vormen de inhoud van Uw brief en de onderhavige een overeenkomst tussen de Regering van de Republiek Egypte en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, welke werking zal hebben te rekenen van 1 januari 1956 af.

Gelief, Mijnheer de Zaakgelastigde, de verzekering van mijn zeer bijzondere achting te willen aanvaarden.

De Plaatsvervangend Minister van

Buitenlandse Zaken,

Aan de Heer Tijdelijk Zaakgelastigde

van het Gezantschap der Nederlanden,

Kairo.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Egyptische Regering inzake belastingvrijstelling van luchtvaartondernemingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-05-1957
BWB-id
BWBV0004808
Versie
1957-05-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl