BIJLAGE II — Financiële modaliteiten Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst inzake de bescherming van de Rijn tegen verontreiniging door chloriden
Financiële modaliteiten
1. Uitgavengrens
1.1. De kosten van de in Frankrijk uit te voeren werkzaamheden blijven beperkt tot een nominaal bedrag van maximaal 400 miljoen Franse franken, waarbij zijn inbegrepen zowel de investeringen als de exploitatiekosten, te weten de kosten voor het opslaan en later terugstollen. Dit bedrag is een maximum; wanneer dit is bereikt, is Frankrijk van zijn opslagverplichtingen ontheven.
1.2. Het programma voor de 2de fase wordt in drie perioden verdeeld: (1991 tot en met 1993; 1994 tot en met 1996 en 1997 tot 1998). Elk van deze perioden wordt door de Overeenkomstsluitende Partijen in jaarlijkse termijnen voorgefinancierd, waardoor Frankrijk de per periode geplande en in het volgende lid gespecificeerde kosten kan dekken.
1.3. Voor elke periode stellen de Overeenkomstsluitende Partijen de maximaal door Frankrijk uit te geven bedragen als volgt vast:
- 155 MF nominale waarde voor de eerste periode
- 145 MF nominale waarde voor de tweede periode
- 100 MF nominale waarde voor de derde periode
1.4. De exploitatiekosten variëren in de praktijk naar gelang van de waterafvoer van de Rijn.
1.5. Ieder jaar is Frankrijk van zijn opslagverplichtingen ontheven, zodra de uitgaven in het desbetreffende jaar de grens volgens punt 2.1 en punt 3.3. bereiken. De berekening van de door Frankrijk betaalde exploitatiekosten geschiedt door de opgeslagen hoeveelheid te vermenigvuldigen met 61,5 Franse franken per ton (Franse franken valuta 1988 aangepast). Voor het eerste jaar dienen de investeringskosten (40 miljoen Franse franken, valuta 1988 aangepast) te worden toegevoegd.
1.6. Indien buitengewone klimatologische omstandigheden ertoe kunnen leiden dat de jaarlijkse uitgavengrens volgens punt 2 en punt 3.3. vóór het einde van het desbetreffende jaar wordt bereikt en dat derhalve de opslag duurzaam tot het volgende jaar wordt gestaakt, kan Frankrijk na overleg binnen de ICBR en binnen de uitgavengrens van het lopende jaar tijdelijk en uiterlijk tot het begin van het volgende jaar de op te slaan hoeveelheid verminderen of de richtwaarde verhogen.
2. Modaliteiten voor de berekening van de financiering
2.1. De betaling van de kosten voor iedere periode, uitgedrukt in de valuta van het jaar waarin deze worden uitgegeven, geschiedt als volgt:
Jaar | miljoen Fr. franken | subtotaal | totaal
eerste periode | 1991 | 90 | 155
1992 | 38
1993 | 27
tweede periode | 1994 | 73 | 145
1995 | 36
1996 | 36
derde periode | 1997 | 50 | 100 | 400
1998 | 50
2.2. De Overeenkomstsluitende Partijen zullen hun aandeel in deze kosten betalen door middel van jaarlijkse eenmalige vooruitbetalingen.
2.3. De uitgaven worden volgens de in artikel 7 van de Overeenkomst genoemde verdeelsleutel over de Overeenkomstsluitende Partijen verdeeld.
3. Betaling van de kosten
3.1. De werkzaamheden beginnen in 1991 eerst nadat alle bijdragen voor het desbetreffende jaar vooruit zijn betaald. De bijdragen voor elk volgend jaar worden door elke Overeenkomstsluitende Partij in de vorm van een eenmalige jaarlijkse vooruitbetaling uiterlijk op 31 januari van het desbetreffende jaar voldaan. Indien op die datum geen betaling is verricht, wordt Frankrijk, nadat de beschikbare middelen zijn uitgeput en nadat de andere Overeenkomstsluitende Partijen daarover zijn ingelicht, voor het desbetreffende jaar van de verplichtingen tot gemoduleerde vermindering ontheven totdat alle bijdragen volledig zijn betaald.
3.2. Frankrijk zal aan het eind van elk jaar verslag uitbrengen over de opgeslagen hoeveelheden en de daaraan verbonden kosten, berekend volgens de modaliteiten als bedoeld onder punt 1.5.
3.3. Ingeval de aldus berekende kosten van de werkelijke opslag onder de voor het desbetreffende jaar aanvankelijk vastgestelde grens liggen (punt 2.1), wordt het verschil (vermeerderd met de rente op dit bedrag over 11/12 jaar volgens het tarief geldend voor nationale kredieten op lange termijn) naar het volgende jaar overgebracht. Daardoor wordt de uitgavengrens voor het volgende jaar dienovereenkomstig verhoogd.
4. Vereffening van de bijdragen
4.1. Voor de uitgaven op Frans grondgebied zijn de vooruitbetalingen niet liberatoir, en uiterlijk op 31 december 1998 vindt een definitieve vereffening van de rekeningen plaats door vergelijking van de uitgaven, berekend volgens de onder punt 1.5 genoemde modaliteiten, met de onder punt 2.1 genoemde uitgavengrenzen, eventueel vermeerderd met de onder punt 3.3 genoemde overbrengingen. Ingeval de door Frankrijk gedane uitgaven lager zijn dan 400 miljoen Franse franken, neemt Frankrijk de verplichting op zich het teveel betaalde terug te betalen, vermeerderd met rente over 11/12 jaar, volgens het tarief geldend voor nationale kredieten op lange termijn. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met het prijsstijgingspercentage.
- Regeling
- Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst inzake de bescherming van de Rijn tegen verontreiniging door chloriden
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-11-1994
- BWB-id
- BWBV0004793
- Versie
- 1994-11-01_0