wetzoeker

Artikel 4 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot aanvaarding van de verplichte rechtsmacht van het Internationale Gerechtshof voor geschillen inzake de uitlegging of toepassing van de Herziene Rijnvaartakte van 1868 (Akte van Mannheim)

1 Onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zullen de Regeringen van de Overeenkomstsluitende Partijen haar aan de overige in de Centrale Commissie voor de Rijnvaart vertegenwoordigde Regeringen mededelen.

2 Indien de Overeenkomstsluitende Partijen of een van hen voornemens zijn een geschil als bedoeld in artikel 1 aan het Internationale Gerechtshof voor te leggen, worden de in het voorgaande lid bedoelde Regeringen daarvan in kennis gesteld.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot aanvaarding van de verplichte rechtsmacht van het Internationale Gerechtshof voor geschillen inzake de uitlegging of toepassing van de Herziene Rijnvaartakte van 1868 (Akte van Mannheim)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1963
BWB-id
BWBV0004773
Versie
1963-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl